Een ‘ploetermoeder’? Tja… we moeten erdoor!

Publicatiedatum

Auteur

Jan Vanderhoeven

Deel dit artikel

Voor ouders met jonge kinderen is het geen eenvoudige opdracht om in deze periode werk en gezin gecombineerd te krijgen. En wat dan in een gezin waar een van de bengels extra aandacht vraagt? We vroegen het aan Johanna Huylenbroeck uit Zele. Johanna werkt bij KBC, haar man Tom werkt in een toeleveringsbedrijf voor de voedingssector als rechterhand van de zaakvoerder.

Johanna en Tom combineren hun job met de zorg voor de tweeling Anna en Paulien (10 jaar) en zoontje Cyriel (7 jaar). Cyriel heeft het syndroom van Down en dat zorgt in deze coronatijden voor extra leven in de brouwerij.

Johanna: “Tom en ik wisselen elkaar hier thuis af; elk om beurt wisselen we een week op kantoor af met een week thuiswerk. Bij ons in het bankkantoor is een permanentiesysteem uitgewerkt. We werken op afspraak en uiteraard is alles voorzien om de voorzorgsmaatregelen op vlak van social distancing te garanderen."

"Met de kinderen is het sowieso nog steeds handig om ook van op kantoor te kunnen werken. Want focus houden is thuis toch net iets moeilijker. Hier thuis trachtten we tot nu niet toe te geven aan de beeldschermcultuur. We hebben bijvoorbeeld geen televisie, wel computers en tablets. De meisjes hadden geen mailadres en waren nog niet actief op TikTok of Facebook. We concludeerden al snel dat we dat moesten bijsturen. Het is ook zinloos discussiëren wanneer je als ouder zelf van ’s ochtends tot ’s avonds achter een scherm zit. Dat mochten we al snel horen… “Gij en papa zitten toch ook een hele dag op de computer? Bij mij is dat óók voor mijn werk… schoolwerk!”

Voor Anna en Paulien hebben we elk een e-mailadres gemaakt, ook om zaken te kunnen doorsturen. Onze beider GSM’s zijn immers bij het begin van de crisis geëxplodeerd: berichten van school, de muziekschool, de tekenacademie… WhatsApp-groepen met ouders van vriendinnetjes, messenger-groepen, een hele hoop fora om te chatten. Jeetje!” 

Zo een versnelde kennismaking met de digitale wereld, dat vraagt uiteraard enige begeleiding. En dus ook best wel wat tijd.

Johanna: “Dan ben je vooral blij dat je zelf ‘digitaal geletterd’ bent. Je tracht dat als ouder wat pedagogisch aan te pakken hé: wat met wachtwoorden? Videochat en filmpjes? Dat vraagt toch wat omzichtigheid, je zit niet op om het even welke manier voor de camera, enz. Je geeft voortdurend uitleg om hen een en ander bij te brengen, maar ook om hen er meteen verantwoord mee te laten omgaan.

De vele mogelijkheden maken het tegelijkertijd ook complex: pianoles loopt via live-sessies met WhatsApp, de gitaarleraar vraagt om geluidsfragmenten op te nemen en door te sturen, van vriendinnetjes die geen mailadres hebben komen berichten binnen via WhatsApp en messenger… Soms moeten we er op wijzen dat we onze GSM echt wel nodig hebben voor het werk.

Maar als ik zie hoe bijvoorbeeld de juf van Anna en Paulien zich organiseert om binnenkort les te geven via livestream… schitterend! Ze neemt heel veel initiatief om contact te onderhouden en lessen op te zetten via de PC. Dat verdient een pluim.

En intussen zijn ook oma en opa helemaal mee. Die communicatie loopt dan weer via MS Teams, nog een ander medium. Mijn mama is leerkracht Frans en pas met pensioen, maar zij geeft de meisjes via de computer elke dag Franse les.”

Opdrachtjes voor school, gitaar of piano oefenen, Franse les voorbereiden… het zorgt voor wat structuur. Iets wat in deze periode door ouders niet altijd even makkelijk te realiseren is.

Johanna: “Normaal is het de job die zorgt voor structuur en de timing bepaalt van opstaan, klaarmaken, eten. Dat blijkt nu toch een hele uitdaging. We trachten inderdaad met een vast schema te werken. Tegelijkertijd blijft het ook zoeken naar creatieve bezigheden voor de kinderen. Ons principe van schermtijd voor ontspanning pas na 17u00 willen we ook niet zomaar overboord gooien. We hebben hier thuis een polaroidcamera en de kinderen houden samen een coronadagboek bij. Als ze daar mee bezig zijn, dan lukt het best wel om even goed door te werken. Daarnaast heeft Paulien mijn kalligrafiepennen ontdekt en Anna klust graag. Die gaat al eens met hamer en boormachine aan de slag. Cyriel is natuurlijk een ander paar mouwen…” 

Cyriel is zeven en krijgt op school extra ondersteuning via een begeleider. Daarnaast zijn er de grootouders die regelmatig bijspringen. Dat is nu niet mogelijk en betekent extra druk.

Johanna: “Kinderen uit het eerste leerjaar kunnen zich sowieso minder makkelijk een ganse dag rustig bezighouden. Bij Cyriel is dat nog een pak moeilijker. Hij vraagt voortdurend aandacht en wil dat we met hem spelen. Logisch aangezien hij ziet dat mama of papa thuis zijn. In stilte bezighouden lukt wanneer hij met zijn tablet bezig is, maar dat geeft me als moeder soms een schuldgevoel.

Anderzijds: als hij even aan onze aandacht ontsnapt dan loopt het gegarandeerd fout. We hebben de afgelopen weken al wat meegemaakt: muurschilderingen met de schmink van de zussen, met stiften de kasten, vloer of dekbedovertrek voltekenen, een balpenpunt in de buik van Anna planten… dan staat het huilen me nader dan het lachen.
Die fratsen waren eruit, maar steken nu opnieuw de kop op. Het is zijn manier om aandacht te vragen. Niets is veilig, niets mag aan je blik ontsnappen. Moeilijk om zo de focus bij je werk te houden.

Maar het is voor de kinderen natuurlijk verwarrend: normaal krijgen ze de hele dag door aandacht. ’s Ochtends van ons, op school van de leerkracht, vriendjes en vriendinnetjes, nadien opa of oma die hen ophalen, enz. En nu zijn mama of papa er de hele dag, maar we doen niet anders dan 'ssssssst' roepen en vragen 'om ons event te laten werken'. Daardoor voelt gaan werken op kantoor nu tegelijkertijd ook als een moment om wat zuurstof te tanken.” 

Johanna staat ook stil bij de ruimere impact van de huidige gezondheidscrisis.

Johanna: “Ik voel hier thuis dat ons relativeringsvermogen stijgt. Ook naar elkaar toe. Je moet hier als gezin, en dus ook als ouders, samen door. Dat brengt mildheid naar elkaar toe. Ik een ploetermoeder? We zijn geen standaardgezin, maar nog eens: we moeten hier door. En als ze op televisie spreken over de persoonlijke bubbel waarin je momenteel moet blijven, wel dan heb ik het gevoel dat we met ons vijf hier een mooie bubbel hebben.

Ik durf het bijna niet te zeggen, maar deze hele situatie brengt bij momenten ook ruimte en tijd. We moeten ons misschien wat ontspanning en luxe ontzeggen, maar dat zorgt voor een groeiend besef dat de basis zo belangrijk is en dat we die moeten koesteren: gezondheid, een dak boven je hoofd, gezond eten. Ook rondom mij merk ik een groeiend besef dat je die basis vindt onder de eigen kerktoren. Je denkt toch even na nu vooraleer je bij het online bestellen iets uit Nederland laat komen? Je voelt de hang naar ‘verdichting’, een grotere aandacht voor ‘het lokale’. Dat mogen we straks als de crisis voorbij is niet loslaten.” 

Nieuws

Vlaams minister Crevits investeert 2 miljoen euro in mentale gezondheidszorg voor aanstaande en jonge moeders

Jonge moeders worden geconfronteerd met grote veranderingen en aanpassingen die niet altijd eenvoudig zijn. Eén op de vijf vrouwen ervaart in de perinatale periode mentale gezondheidsproblemen.

Oppositie weigert wet te stemmen die zorgt voor meer terugkeer

Vandaag staan 4 wetsontwerpen van Staatssecretaris voor asiel en migratie, Nicole de Moor, op de agenda van de plenaire zitting van het parlement om gestemd worden. Die zijn hervormingen die noodzakelijk zijn om tot een gecontroleerd en rechtvaardig migratiemodel te komen, niet in het minst om meer terugkeer te kunnen organiseren. Alweer werd er een advies van de Raad van State gevraagd door de oppositie, terwijl dit er al is geweest en deze geen opmerkingen had.

Met uitbreiding project "High Trouble" en gezamenlijke missies naar herkomstlanden wil staatssecretaris de Moor inzetten op de terugkeer van drugscriminelen zonder wettig verblijf

De Moor: “De Dienst Vreemdelingenzaken zal plaatsen voorbehouden in gesloten centra voor drugsdealers zonder papieren. In het kader van het project High Trouble identificeert de politie de grootste overlastplegers in een buurt op voorhand en niet pas bij een actie op het terrein. De politie heeft zicht op de situatie in de buurt en weet door hun terreinkennis wie wijken onveilig maakt. De Dienst Vreemdelingenzaken zal hen in een gesloten centrum plaatsen en alles in het werk stellen om die personen te verwijderen.”