Gezinsbond: Ouderschapsverlof niet evident voor 1 op 10 ouders.

Publicatiedatum

Auteur

Michiel De Potter

Deel dit artikel

Een kind verwelkomen zou een periode van geluk en verbondenheid moeten zijn. Toch blijkt uit de jongste Gezinsbarometer van de Gezinsbond dat het nemen van verlof – iets waar ouders wettelijk recht op hebben – niet overal vanzelfsprekend is.

Zo gaf 1 op de 10 ouders aan dat het moeilijk is om geboorteverlof of ouderschapsverlof op te nemen. Vooral vaders en meeouders durven niet altijd de volle maand geboorteverlof te gebruiken, vaak uit vrees voor de reactie van hun werkgever of collega’s.

Bij ouders met een migratieachtergrond ligt dat cijfer nog lager: amper 46 procent van de vaders met een niet-Belgische nationaliteit neemt effectief het volledige geboorteverlof, tegenover 75 procent bij Belgische vaders.

En het gaat verder dan geboorteverlof. Ook familiaal verlof – bijvoorbeeld als je kind ziek is – blijkt in de praktijk niet altijd evident. Vooral kortgeschoolden en alleenstaande ouders botsen vaker op muren.

 

De Gezinsbarometer legt nog meer pijnpunten bloot:

  • Slechts 4 op de 10 ouders zeggen dat hun verlofdagen en het recht op deconnectie altijd gerespecteerd worden.

  • 1 op de 3 ouders heeft geen enkel overleg over uurroosters.

  • 4 op de 10 gezinnen krijgen geen voorrang op vakantie tijdens schoolvakanties of sluitingsdagen van de kinderopvang.

  • In 1 op de 5 vergaderingen en in 1 op de 6 opleidingen wordt geen rekening gehouden met de gezinssituatie.

Hoewel veel ouders aangeven wél tevreden te zijn over hun werkgever, blijven kwetsbare groepen structureel achter: vrouwen zijn minder tevreden dan mannen, alleenstaande ouders hebben minder steunnetwerken, en kortgeschoolden ondervinden vaker problemen om verlof op te nemen.

 

Ademruimte dankzij familiekrediet

Met al die signalen is het duidelijk: de bestaande systemen zijn waardevol, maar te versnipperd en niet voor iedereen even toegankelijk. Daarom lanceert CD&V het voorstel voor familiekrediet.

Familiekrediet wil ouders meer flexibiliteit en ademruimte geven door:

  • Eenvoud: de wirwar van bestaande verlofstelsels bundelen in één duidelijk systeem.

  • Toegankelijkheid: zorgen dat iedereen – ongeacht opleidingsniveau, sector of gezinssituatie – gelijke kansen heeft om verlof te nemen.

  • Bescherming: ouders sterker maken, zodat verlof niet afhangt van de goodwill van de werkgever.

Het is een manier om werk en gezin écht op gelijke voet te zetten.

 

CD&V kiest voor gezinnen

Met familiekrediet wil CD&V het verschil maken: door gezinnen tijd te geven, winnen we als samenleving.

Want wie kan rekenen op een eerlijke balans tussen werk en gezin, bouwt niet alleen aan zijn eigen toekomst, maar ook aan die van ons allemaal.

1 op 4 jonge ouders heeft onvoldoende tijd voor de dagelijkse opvoeding kinderen

Jonge ouders hebben het gevoel er veel te weinig voor hun kinderen te kunnen zijn en tijd met hen te kunnen doorbrengen. Het blijft niet enkel bij een subjectief gevoel. Jonge ouders kunnen zich werkelijk te weinig bezig houden met de dagelijkse opvoeding van hun kinderen. Sterker nog, ze missen op structurele basis belangrijke momenten in het leven van de kinderen, zowel in het bijzonder belangrijke eerste levensjaar van het kind als later in de opvoeding. Het laat zijn sporen na bij zowel de ouders als de kinderen.

Waarom jonge ouders snakken naar het familiekrediet: Onderzoek

In België is het combineren van werk en gezin voor veel ouders een dagelijkse evenwichtsoefening die steeds vaker uitmondt in een val. Ondanks decennia aan beleidsmaatregelen blijft de werk-privébalans voor tienduizenden gezinnen problematisch.

Stijn Baert (UGent): "Een familiekrediet kan mogelijk verhelpen dat zorgtaken te makkelijk bij vrouwen komen te liggen."

De genderkloof na het ouderschap is minder groot dan vaak word gedacht. Een op zeven werkende moeders meent dat ze minder promotiekansen heeft gekregen na het moederschap. Tegelijkertijd bedreigen de zorgtaken voor kinderen ook het evenwicht tussen werk en privé. Arbeidseconoom Stijn Baert licht het onderzoek toe in De Standaard.