Geef leerkrachten opnieuw het respect dat ze verdienen.

Publicatiedatum

Tags

onderwijs

Auteur

Marie Behaeghe

Deel dit artikel

De kwaliteit van ons onderwijs moet omhoog. Daarover bestaat geen discussie. Maar wie scholen sterker wil maken, moet hen ook meer vertrouwen geven. Minder regels, minder planlast en meer vrijheid om mensen en middelen in te zetten waar ze echt nodig zijn. We spreken met een algemeen directeur, Koen Schelpe, in Ieper over de staat van ons onderwijs, het lerarentekort en wat hij verwacht van het beleid. “De overheid moet streng zijn, kwaliteitsdoelen zijn absoluut nodig. Maar controleer ons op wat we bereiken, niet op hoeveel we op papier zetten.”

 

Dit interview werd afgenomen in augustus en verscheen in september in Ampersand.

BIO: Koen Schelpe is Algemeen Directeur van Scholengemeenschat kleine Vos. De scholengemeenschap bestaat uit 9 basisscholen in Ieper: 8 scholen bieden gewoon onderwijs aan en één grote school biedt buitengewoon onderwijs aan.

Ik val graag meteen met de deur in huis. Hoe ziet de werkdag van een algemeen directeur in het basisonderwijs eruit? 

Ik ben dagelijks in de weer met alles wat niet rechtstreeks met onderwijs te maken heeft. Ik probeer onze directeurs zoveel mogelijk te ontlasten van administratieve rompslomp. De drie grote luiken in mijn takenpakket zijn het personeelsbeheer, de infrastructuurdossiers en de financiën. Door die dossiers naar mij toe te trekken kunnen onze directeurs en leerkrachten zoveel mogelijk doen waar hun passie ligt: bezig zijn met hun leerlingen, hun personeel en hun pedagogisch-didactisch beleid.”

Krijgen scholen en leerkrachten vandaag voldoende vertrouwen?

Niet echt. Scholen krijgen steeds meer kleine administratieve opdrachten die ter controle dienen voorgelegd worden, maar die de onderwijskwaliteit niet noodzakelijk ten goede komen. Afzonderlijk lijken die opdrachten misschien beperkt en nuttig. Maar samen zijn ze vooral een berg  aan administratieve verplichtingen die voor frustratie zorgen. Alles moet geregistreerd, verantwoord en aangetoond worden.”

Vindt u enige kwaliteitscontrole door de overheid dan helemaal overbodig?

“Absoluut niet. Ik ben een groot voorstander van een sterke onderwijsinspectie. Er vloeien immers massa’s Vlaamse middelen naar Onderwijs dus de overheid mag in return strenge verwachtingen stellen en controleren of die worden gehaald. Maar de resultaten moeten centraal staan.

Vandaag wordt heel sterk naar processen gekeken: Hoe geef je les, hoe organiseer je klasmanagement en staat dat allemaal op papier? Een school die bovengemiddeld scoort op de Vlaamse toetsen en de KOALA-testen, kan nog te horen krijgen dat de onderwijskwaliteit onvoldoende is omdat bepaalde processen niet voldoende zichtbaar zijn. Dat wringt.

Uw boodschap is dus: wees streng, maar geef scholen vrijheid?

“Precies. Daarom pleit ik voor het ontkleuren van de onderwijsmiddelen. Vandaag krijgen scholen een hele reeks subsidies in de vorm van verplichte lestijden en uren, telkens met eigen voorwaarden en regels. Dat systeem is enorm complex en sluit niet altijd aan bij de reële noden en prioriteiten van een school.”

Wat zou u dan veranderen?

“Geef die middelen zoveel mogelijk in één enveloppe aan het schoolbestuur en laat ons ze inzetten waar ze het hardst nodig zijn. Een schoolbestuur ziet perfect waar de grootste noden zijn. Geef ons daarin vertrouwen. Uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: dat elk kind krachtig onderwijs krijgt.

U loopt dus ook niet warm voor de nieuwe minimumdoelen in het basisonderwijs?

“Jawel. Een duidelijk kader en een deadline zijn nodig om de onderwijskwaliteit in het kleuter- en basisonderwijs aan te scherpen. Zonder deadline zullen sommige schoolteams veranderingen misschien te lang uitstellen. Maar de huidige timing is te krap. Eén of twee jaar extra was geen overbodige luxe geweest om onze schoolteams goed voor te bereiden.”

Gaat het onderwijsbeleid vandaag de goede richting uit?

“De grote lijnen die vandaag worden uitgezet door het Departement, zijn de juiste: minimumdoelen scherpstellen, gedrag en gezag in de klas en kennis van het Nederlands verbeteren. Mijn frustratie zit vooral in de kleinere ballonnetjes die worden opgelaten in de media. Die randdiscussies leiden de aandacht af van de goede evoluties en zorgen voor onrust in de sector. Zo ondermijnen we het draagvlak dat er wel degelijk is voor hervormingen.

Een ander groot dossier is het lerarentekort. Wordt u op uw scholen daarmee geconfronteerd?

“Zeker. Wij doen zelfs aan overaanwervingen. Ik beloof leerkrachten een voltijdse baan terwijl ik op dat moment nog niet alle uren voor hen heb. Gewoon om zeker te zijn dat we op 1 september een leerkracht voor elke klas hebben. Als er onvoldoende vervangingen nodig zijn, betalen we hen tijdelijk met onze eigen werkingsmiddelen. Maar dat is geen manier van werken.

(ter illustratie: tijdens het interview is de directeur bezig met telefoontjes met leerkrachten die hij graag wenst in te schakelen, maar die helaas niet beschikbaar zijn.)

Wat is volgens u de oorzaak van het feit dat jonge leerkrachten sneller afhaken?

“We botsen soms op een vreemde tegenstelling. Beginnende leerkrachten zouden beter via co-teaching starten op onze scholen, zodat ze onder de vleugels van een ervaren collega kunnen leren en groeien. Maar in sommige lerarenopleidingen wordt verwacht dat iemand meteen zelfstandig een halve klasopdracht opneemt. Die mismatch tussen wat wij als school kunnen aanbieden en wat in de opleiding zit, moet eruit. We investeren veel uren in aanvangsbegeleiding en dat willen we blijven doen. Maar ook de draagkracht van een schoolteam heeft grenzen. Tegelijk moeten we kwaliteitsvol onderwijs blijven garanderen.”

Kan het lerarenloopbaanpact daar een antwoord op bieden?

“Het lerarenloopbaanpact is een belangrijk puzzelstukje in de herwaardering van het lerarenberoep. Het moet gaan over de totale opdracht van een leerkracht. Lesgeven is de kern, maar er is ook overleg, voorbereiding, professionalisering, leerlingenbegeleiding en engagement binnen de school. We moeten duidelijker omschrijven wat we van een leerkracht verwachten. Als we willen dat zij zich blijven ontwikkelen, moeten we hen daar ook tijd en ruimte voor geven.”

Verdienen leerkrachten meer respect voor wat ze doen?

Ja, omdat het echte vakmensen zijn. En iedereen die zijn métier beheerst, verdient tonnen respect. Ik zou graag zien dat leerkracht opnieuw echt een vooraanstaand beroep wordt. We moeten daarom niet terug naar de leerkracht van vroeger. De onderwijscontext én de samenleving is veranderd en het lerarenberoep evolueert mee. Maar het lerarenberoep moet opnieuw het respect krijgen dat het verdient.”

Nog een heet hangijzer. Wat betekent inclusief onderwijs voor u?

Ik ben een zeer groot voorstander van inclusief onderwijs. Ik heb jarenlang lesgegeven in het buitengewoon secundair onderwijs en een trekkende rol gespeeld in inclusieprojecten. Daarnaast ben ik ook groot voorstander van buitengewoon onderwijs. Voor mij zijn dat niet elkaars tegenpolen. Ze zijn allebei belangrijk en moeten naast elkaar kunnen bestaan.

De focus ligt te vaak op het bereiken van inclusie vandaag. Wat daarvan het resultaat is, houden we te weinig voor ogen. Door een kind in een gespecialiseerde omgeving, in een kleine groep en met intensieve ondersteuning les te geven, kun je soms veel grotere stappen zetten. Stappen die datzelfde kind in het gewone onderwijs misschien nooit of veel trager zou zetten.

Toen ik lesgaf in het buitengewoon onderwijs zei een leerling me ooit: “In het gewoon onderwijs was ik buitengewoon, in het buitengewoon onderwijs ben ik gewoon.” Ook dat moet mee in rekening worden genomen.”

“De administratieve last is mijn grootste energievreter”

Na al die jaren: wat is vandaag uw grootste energievreter?

“We proberen alles zogezegd eenvoudiger te maken met digitale platformen, maar ondertussen hebben we voor alles een ander systeem. Op den duur zie je door de bomen het bos niet meer. Ook de steeds veranderende regelgeving maakt het niet gemakkelijk. Vijftien jaar geleden kende ik de omzendbrieven van buiten. Vandaag durf ik bijna niet meer te zeggen aan de hoeveelste omzendbrief we zitten. Bovendien centraliseren wij voor onze negen scholen zoveel mogelijk: boekhouding, personeel, preventie, IT… Maar ook hier blijven er voortdurend nieuwe verplichtingen bijkomen. Denk ook aan btw-regelgeving, fiscaliteit, bouwvoorschriften, ecologie, vergunningen of subsidieaanvragen. Alles wordt complexer en dus worden die diensten groter.”

Maak deze zin af: “Ons onderwijs wordt morgen beter als …”

… scholen en schoolbesturen meer vrijheid krijgen. Controleer ons streng waar dat nodig is, maar geef de mensen op het terrein opnieuw het vertrouwen om hun werk te doen. We moeten keihard blijven gaan voor onderwijs.”

Nieuws

"Aan het brutoloon van wie werkt, mag je niet raken"

Interview in Het Laatste Nieuws met voorzitter Sammy Mahdi:

Als we een indexsprong zouden doen, dan alleen voor de werklozen. Door de uitkeringen eenmalig niet te indexeren bespaar je ruim 100 miljoen per jaar. Met een reeks opvallende voorstellen zet CD&V-voorzitter Sammy Mahdi het begrotingsdebat op scherp. Het geld wordt te vaak gezocht bij de werkenden en de gepensioneerden. Nu is het aan de mensen die niet werken. Of die misbruik maken van de fiscale achterpoortjes. Timmie van Diepen - 17/09/2026 - Het Laatste Nieuws

cd&v maakt het verschil voor mantelzorgers: minder drempels, meer ondersteuning en meer flexibiliteit.

Mantelzorgers zijn de stille helden van onze samenleving. Zonder hun bijdrage valt heel ons zorgsysteem in elkaar. Als het van cd&v afhangt verdienen mantelzorgers daarom niet alleen meer erkenning en respect in woorden, maar ook betere ondersteuning in daden.

Cd&v vraagt strengere regels rond fatbikes

Cd&v wilt een halt toeroepen aan de toenemende overlast en veiligheidsrisico’s rond fatbikes. De partij wil dat de federale regering onderzoekt welke maatregelen genomen kunnen worden om fatbikes meer te weren uit het straatbeeld wanneer dat overlast geeft of verkeersonveilig is.