Sociaal overleg

Deel deze pagina

Het sociaal overleg staat centraal in onze maatschappij én in het bijzonder in ons arbeidsmarktbeleid. De lange traditie van sociaal overleg in ons land zorgde voor een economische groei én sociale vooruitgang. Goed sociaal overleg is een garantie op duurzame welvaarts- en jobcreatie en op een rechtvaardige verdeling van de welvaart. Transities en hervormingen zijn maar duurzaam als ze breed gedragen worden. Die gedragenheid kan enkel tot stand komen door permanent overleg met de sociale partners. Zij moeten dan ook de nodige ruimte krijgen om interprofessionele akkoorden te sluiten en onderhandelingen op sector- en ondernemingsniveau te voeren. Sociaal overleg moet bovendien niet alleen over loon- en arbeidsvoorwaarden gaan maar ook over werkbaar werk en arbeidsorganisatie. 

We zijn niet blind voor de grote veranderingen op de arbeidsmarkt en de grote uitdagingen waarmee de sociale partners geconfronteerd worden. Het is pas wanneer het sociaal overleg in het slop zit en er geen vooruitgang meer wordt geboekt, dat een regering kan ingrijpen. Ook voorstellen die door de regering worden geformuleerd moeten in dit kader in overleg en voor advies worden voorgelegd aan de sociale partners.

Het huidige landschap van paritaire comités is historisch gegroeid. De complexiteit remt de arbeidsmarktmobiliteit af, de structuur weerspiegelt niet altijd de economische realiteit, loononderhandelingen sluiten niet goed aan bij de economische positie van de ondernemingen en de paritaire organen sporen niet meer met de ondernemingsstructuren en het afnemend onderscheid tussen arbeiders en bedienden. Binnen eenzelfde sector concurreren verschillende paritaire comités met elkaar wat nefast kan zijn voor de arbeids- en loonvoorwaarden van die werknemers. Daarom willen we het sectoraal overleg moderniseren en het aantal paritair comités verminderen.

Het stakingsrecht ligt onder vuur. De geschiedenis leert ons dat het stakingsrecht te belangrijk is om overboord te gooien. Het stakingsrecht moet dan ook steeds gevrijwaard blijven. Maar: het stakingsrecht moet behoedzaam aangewend te worden. Het is een laatste middel wanneer alle overlegvormen uitgeput zijn.