Door de coronacrisis werden heel wat bedrijven voor het eerst geconfronteerd met thuiswerk. Tijdens het thuiswerk is het voor leidinggevenden moeilijker geworden om zicht te hebben op hoe werknemers hun werktijd thuis invullen. Via de toegenomen digitalisering kunnen bedrijven steeds meer inzetten op zogenaamde gluurapparatuur, ook wel surveillancesoftware genoemd, om de productiviteit van thuiswerkende werknemers te monitoren.

De inzet van surveillancetechnologie bleef vroeger beperkt tot enkele sectoren maar blijkt, sinds de coronacrisis en het verplichte thuiswerk, in meer sectoren terug te vinden. In Nederland zou 13 procent van de werkgevers de werknemer monitoren via dergelijke software. De stijging van het gebruik baart enkele privacyexperts zorgen. In principe is dit legaal, zolang de bedrijven aan de werknemers laten weten dat dit gebeurt. Achter al die monitoring zit de achterliggende idee dat werknemers niet werken als ze niet worden gecontroleerd. Zo'n wantrouwen creëert net verzet en extra wantrouwen.

De Vlaamse overheid zou in deze kwestie een voorbeeldrol kunnen opnemen door de werknemer vertrouwen, autonomie en verantwoordelijkheid te geven.

Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn De Roo informeerde in de commissievergadering van het Vlaams Parlement naar het standpunt van Vlaams minister van Werk Hilde Crevits over het gebruik van surveillancesoftware voor de controle van thuiswerk.

Op de vragen van de Roo antwoordde de minister antwoordde: “Minister-president Jambon en minister Somers geven aan geen zicht te hebben op het gebruik van surveillancesoftware bij de bedrijven in België of Vlaanderen. De Belgische Gegevensbeschermingsautoriteit is op dit vlak bevoegd. De GBA heeft wel een aantal aanbevelingen uitgevaardigd met betrekking tot privacy op de werkplek.

Ik ben geen groot voorstander van het gebruik van dergelijke software. Die wordt ook niet gebruikt binnen de Vlaamse overheid en er wordt ook niet overwogen om dergelijke software te introduceren. Dit is niet de richting die de Vlaamse overheid wil uitgaan.

De Vlaamse overheid heeft al jarenlang ervaring met plaats- en tijdsonafhankelijk werken. Leidinggevenden zijn geruime tijd vertrouwd met het opvolgen en motiveren van medewerkers ongeacht waar ze werken.

We hebben ook een ontwerpomzendbrief rond hybride werken van minister Somers, die momenteel voorwerp is van sociaal overleg, waarin we de nadruk leggen op vertrouwen, transparantie en dialoog als basisprincipes.

Met verschillende instrumenten, bijvoorbeeld vanuit het Europees Sociaal Fonds (ESF) of de kmo-portefeuille, worden bedrijven ook ondersteund om die principes ook in hun eigen werking te plaatsen, omdat we ook zien dat corona ook positieve effecten gehad heeft, als het gaat over telewerken.”

Stijn De Roo: “Ik ben blij dat de Vlaamse overheid geen gebruik maakt en niet van plan is gebruik te maken van surveillancesoftware, maar verder zal inzetten op vertrouwen, transparantie en dialoog voor een goede samenwerking!”

Hieronder vindt u het volledige verslag van mijn vou:

Vraag om uitleg 3529 (2020-2021) - Vlaams Parlement