Vlaanderen streeft in zijn energievoorziening naar een groter aandeel voor hernieuwbare en duurzame energie. Het benutten van afvalstromen kan daarin een rol spelen, bijvoorbeeld door pocketvergisters: kleinschalige vergistingsinstallaties die uit organisch afval (mest, bermmaaisel en ander plantaardig afval) via een anaerobe vergisting gas produceren. Dat gas wordt opgevangen en kan gebruikt worden als energiebron. Het kan via een warmtekrachtkoppelingssysteem elektriciteit leveren of rechtstreeks gebruikt worden als brandstof. Zowel de elektriciteit als het gas zelf kan in het net worden geïnjecteerd. Het product dat na vergisting overblijft, is een digestaat dat de nutriënten uit de vergiste afvalfracties opneembaar maakt voor gewassen, en dat dus als meststof kan worden gebruikt. Het is dan ook logisch dat de meeste pocketvergisters te vinden zijn op landbouwbedrijven waar de aanvoer (organisch afval) beschikbaar is en de afvoer (energie en meststof) benut kan worden.

Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn De Roo (CD&V) informeerde bij minister van Energie Zuhal Demir (N-VA) naar de rol die pocketvergisters wellicht kunnen spelen in kleinschalige energienetwerken.

De minister antwoordde dat Vlaanderen in 2020 54 actieve kleinschalige vergistingsinstallaties met productie van elektriciteit of gelijktijdige productie van elektriciteit en warmte telde. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de evolutie gedurende de laatste 10 jaar  van het aantal kleine vergistingsinstallaties met productie van elektriciteit of gelijktijdige productie van elektriciteit en warmte.

 

Alleen elektriciteits-productie

 

WKK

 

Totaal

2011

1

1

2

2012

16

15

31

2013

1

46

47

2014

1

46

47

2015

1

50

51

2016

1

59

60

2017

2

48

50

2018

1

54

55

2019

1

57

58

2020

1

53

54

Het gemiddelde bruto elektrisch vermogen van kleinschalige vergisters in Vlaanderen bedroeg in 2020 15,8 kW. De meerderheid van de installaties zijn vergisters met een bruto elektrisch vermogen kleiner of gelijk aan 10 kW.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de evolutie gedurende de laatste 10 jaar van het aantal installaties per vermogenscategorie en de evolutie van het gemiddeld bruto elektrisch vermogen per jaar.

 

Kleiner of gelijk aan 10kW

Groter dan 10 kW en kleiner of gelijk aan 20 kW

Groter dan 20 kW en kleiner of gelijk aan 200 kW

Gemiddeld elektrisch vermogen

2011

1

 

1

47,5

2012

26

4

1

13,4

2013

41

4

2

16,0

2014

41

4

2

15,9

2015

44

5

2

15,6

2016

52

6

2

14,9

2017

42

6

2

15,8

2018

46

7

2

15,4

2019

48

7

3

15,7

2020

42

6

6

15,8

De door de pocketvergisters geproduceerde elektriciteit en warmte wordt voornamelijk op de eigen site (landbouwbedrijf) verbruikt voor de invulling van de eigen energievraag. Het eventuele overschot aan elektriciteit wordt op het openbaar elektriciteitsnet geïnjecteerd. Aangezien de meeste pocketvergisters een elektrisch vermogen kleiner dan 10 kWe hebben en een terugdraaiende teller op het injectiepunt hebben (of hadden de afgelopen jaren), werd de hoeveelheid injectie niet gemeten. De geproduceerde warmte wordt steeds op de eigen site verbruikt: deels voor het op temperatuur houden van de vergister (nodig voor biogasproductie) en deels voor benutting op het landbouwbedrijf (gebouwenverwarming en/of het verwarmen van reinigingswater (melkinstallatie)). Er wordt dus geen gas, elektriciteit of warmte aan de omgeving geleverd. Omwille van de kleine schaal zouden dergelijke leveringen economisch ook niet rendabel kunnen zijn.

Kleinschalige vergistingsinstallaties injecteren amper elektriciteit in het elektriciteitsnet.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de evolutie gedurende de laatste 8 jaar van het aantal vergistingsinstallaties die geproduceerde elektriciteit injecteren in het net en de evolutie van de geregistreerde injectie.

 

Aantal installaties met injectie

Geïnjecteerde elektriciteit op het elektriciteitsnet in GJ

Geïnjecteerde elektriciteit op het elektriciteitsnet in MWh

2013

3

718

199

2014

3

1.233

343

2015

3

1.703

473

2016

3

1.470

408

2017

3

491

136

2018

3

101

28

2019

1

1.705

474

2020

1

675

187

Wat de subsidies betreft: vanuit het energiebeleid konden pocketvergisters tot voor 2018 aanspraak maken op groenestroomcertificaten voor de netto elektriciteitsproductie op basis van biogas als hernieuwbare energiebron. Wanneer deze installaties ook als een kwalitatieve warmte-krachtinstallatie beschouwd kunnen worden, en de geproduceerde warmte nuttig wordt gebruikt, konden ook warmte-krachtcertificaten toegekend worden. Voor installaties met een bruto nominaal vermogen tot en met 10 kWe en met startdatum na 1 januari 2018, werd de steunregeling administratief vereenvoudigd en zij kunnen sindsdien een investeringspremie aanvragen. Installaties met een bruto nominaal vermogen groter dan 10 kWe komen nog steeds in aanmerking voor groenestroomcertificaten en warmte-krachtcertificaten.

Voor pocketvergisters met een vermogen van maximaal 10 kVA, in dienst genomen vanaf 2018 en voor 2021, en die in staat zijn elektriciteit te injecteren op het elektriciteitsdistributienet is een retroactieve investeringspremie voorzien. Eerder geplaatste installaties halen een rendement van 5% op 15 jaar zonder premie, aangezien zij al langer konden genieten van certificatensteun en de terugdraaiende teller.

Injectie van gas in het net vindt niet plaats bij pocketvergisters in Vlaanderen.

Stijn De Roo: “Uit het antwoord van de minister blijkt dat de schaal van de vergistingsinstallaties in de eerste plaats wordt bepaald door de schaal van de landbouwbedrijven en de beschikbaarheid van inputstromen in de omgeving.

De door de pocketvergisters geproduceerde elektriciteit en warmte wordt vooral op de eigen site van de landbouwbedrijven gebruikt voor de levering van eigen energie.

Het is alvast positief dat op deze manier hernieuwbare energie geproduceerd wordt uit bedrijfseigen afvalstromen en de uitstoot van broeikasgasemissie vermindert.”

Bron afbeelding: Departement Landbouw en Visserij