Het is duidelijk dat het opruimen van de historische vervuiling van onder andere PFOS op en rond de 3M-site in Zwijndrecht een moeilijke opdracht wordt. Toen 3M in 2000 de toxiciteit van PFOS niet meer kon ontkennen, werd de productie wereldwijd stopgezet, maar daarmee is het probleem niet opgelost.

In 2000 bande 3M PFOS, maar het verving de stof door andere PFAS. Net als PFOS en PFOA zijn ook de nieuwere PFAS-verbindingen water-, hitte- en zuurresistent, al zouden ze toxicologisch veiliger zijn. Maar het probleem blijft dat alle PFAS zeer sterke chemische verbindingen zijn en quasi onvernietigbaar zijn. Een heel sterke verbinding tussen koolstof en fluor ligt aan de basis van hun eigenschappen. Hun bijnaam is dan ook ‘forever chemicals’. Ze stapelen zich op in de voedselketen en het leefmilieu. Ook de mens ontsnapt er niet aan; het is terug te vinden in ons bloed.

Er rijzen dan ook steeds meer vragen bij de veiligheid van de volledige PFAS-groep. Nederland, Duitsland, Denemarken, Noorwegen en Zweden werken aan de uitfasering van de groep verbindingen en aan een Europees verbod op PFAS. Ons land heeft zich begin oktober op de ministerraad achter de voorbereiding op de ban op PFAS geschaard.

Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn De Roo (CD&V) infomeerde bij minister van Leefmilieu Zuhal Demir naar het Vlaamse en Belgische standpunt in Europees verband over het verbod op PFAS.

Minister van Leefmilieu Zuhal Demir (N-VA) antwoordde in de commissie Leefmilieu op de vragen van De Roo dat vanuit Vlaanderen het dossier ook op de Europese milieuraadagenda gezet werd. Wallonië en de federale instantie hebben zich daarbij aangesloten. Men wil inderdaad een principieel verbod voor PFAS, tenzij voor uitzonderlijke gevallen. Een dergelijk verbod zal opgenomen dienen te worden onder de Europese REACH-verordening (Registration, Evaluation, Authorisation and Restriction of Chemicals). Een groepsrestrictie van die omvang kent binnen de REACH-verordening geen precedenten. Een opname in de verordening vraagt in principe geen verdere omzetting van de Vlaamse overheid. Momenteel is nog niet duidelijk wat de scope zal zijn, en of effectief alle PFAS eronder zullen vallen. Vlaanderen is alvast voorstander van een uitgebreide scope.

Het doel van de indieners is om dit voorstel tegen juli volgend jaar te kunnen lanceren. Daarna zal het gezien de nog te doorlopen stappen nog twaalf tot vijftien maanden duren vooraleer de uiteindelijke beslissing in dat verband zal kunnen worden genomen door de Europese Commissie.

Het Departement Omgeving coördineerde in nauwe samenspraak met de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) de opmaak van het ontwerp-Belgisch standpunt. Het ontwerp-Belgisch standpunt werd vervolgens in de stuurgroep chemische stoffen van het Coördinatiecomité Internationaal Milieubeleid (CCIM) afgetoetst met de andere gewestelijke en federale milieuadministraties.

Vlaanderen maakt ook deel uit van de informele REACH UP-landengroep. Het gaat hierbij om een groep van EU-lidstaten die al sinds 2014 een ambitieus Europees beleid bepleiten inzake die ‘forever chemicals’.

Het Departement Omgeving en het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI) werkten al actief mee aan de studie van de FOD Economie rond het stimuleren van de substitutie van zeer zorgwekkende stoffen, waaronder ook PFAS.

Voor welke essentiële toepassingen er afwijkingen zullen worden voorzien is nog niet bekend; dat zal bepaald worden in het kader van de besluitvorming met betrekking tot die restrictie. De maatregelen die getroffen worden inzake afvalbeheer, zullen afhankelijk zijn van de essentiële toepassingen die zullen worden toegelaten.

Stijn De Roo: “Vanuit de onderzoekscommissie PFAS-PFOS weet ik dat PFAS nog steeds aanwezig is in bijvoorbeeld producten voor de behandeling van zetels waarin kinderen en volwassenen dagelijks zitten - en in cosmetica, wat verontrustend is…

Ik steun de strategie om aan te sluiten bij die landen die bezig zijn met de uitfasering van PFAS.

Een Europees akkoord hierover is nog niet voor morgen. Hopelijk ontwikkelen bedrijven ondertussen alternatieven en moeten zij daartoe vanuit de overheid gestimuleerd en ondersteund worden.

Het verbod moet ook verruimd worden naar geïmporteerde producten. Bij de voorbereiding van de discussie over essentiële toepassingen is overleg met de vijf andere landen noodzakelijk om zo tot een lijst te komen waarop niet te veel uitzonderingen nodig zijn.

Voor de verbranding of stockering van afval dat overblijft van essentiële toepassingen, moet het nodige onderzoek gebeuren zodat dit veilig kan gebeuren.”

Het volledige verslag van mijn vraag vind je hier.