De Vlaamse Regering besliste om een gecoördineerde juridische aanpak te voeren over de procedures met 3M over de verontreiniging met poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS). Dit resulteerde in een saneringsovereenkomst tussen 3M en de Vlaamse overheid, inclusief de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) en de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), ondertekend op 6 juli 2022. De overeenkomst werd aan de leden van de commissie Leefmilieu ter inzage bezorgd.

De overeenkomst bevat onder meer toegevingen en verplichtingen van beide partijen over de aanpak van de PFAS-vervuiling, de verplichtingen en communicatie die hiermee gepaard gaan, het afzien van openstaande subsidies, maar ook de afstand van vorderingen en rechten vanuit de overheid en de beëindiging van hangende procedures door 3M.

In de laatste commissievergadering van dit werkjaar op 19 juli 2022 ondervroegen Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn De Roo (cd&v) en een aantal van zijn collega-parlementsleden bevoegd minister Zuhal Demir over de saneringsovereenkomst tussen de Vlaamse Regering en 3M.

In het verslag via deze link vindt u de vragen van de parlementsleden en het uitgebreide antwoord van de minister.

Stijn De Roo: “Na het hele debat is duidelijk dat de saneringsovereenkomst enerzijds zicht geeft op een snelle sanering en anderzijds geeft ze ook duidelijkheid over de kosten die zijn vastgelegd, evenwel nog niet helemaal over de manier waarop die kosten tot stand zijn gekomen. Ik vroeg de minister om ons de voorbereidende stukken te laten inzien zodat wij daarin de opgenomen kosten kunnen nakijken.

Uit de onderzoekscommissie wil ik twee dingen nogmaals onder de aandacht brengen:  ten eerste als individuele burger is het moeilijk om verhaal te halen bij een grote multinational. Wij zullen de individuele burgers daarin dus moeten ondersteunen wanneer er effectief gezondheidsschade is.

Ten tweede is de hele context rond schadevergoedingen maar ook rond het omgaan met vervuiling gewijzigd. Ik heb de minister opgeroepen om vooral naar de toekomst te kijken en om ervoor te zorgen dat de besteding van het hoge bedrag dat momenteel is vastgelegd, ook in de toekomst wordt opgevolgd en dat het effectief volledig naar Vlaanderen komt.”