Op 25 mei 2018 keurde de Vlaamse Regering het landinrichtingsproject Moervaartvallei goed en tekenden alle partners een raamovereenkomst voor realisaties op het terrein. Ook de afspraken voor het flankerend landbouwbeleid zijn in deze raamovereenkomst opgenomen.

De VLM is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het landinrichtingsproject "Moervaartvallei", dat ligt ten noordoosten van Gent, op het grondgebied van Gent (Sint-Kruis-Winkel en Mendonk), Wachtebeke, Moerbeke, Lochristi, Lokeren, Sint-Niklaas en Stekene. Via landinrichting bouwt de VLM, samen met haar partners, de verschillende openruimtefuncties (landbouw, natuur, recreatie, waterbeheer, landschap en onroerend erfgoed) verder uit. VLM zal dit doen op de in het GRUP voorziene landbouw- en natuurgebieden.

Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn De Roo (CD&V) informeerde bij Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA) naar de stand van zaken van het landinrichtingsproject “Moervaarvallei”. 

Op de vragen van De Roo antwoordde de minister: “De Vlaamse regering heeft het landinrichtingsproject Moervaart op 26 juni 2018 goedgekeurd en ingesteld. De minister bevoegd voor landinrichting heeft de planbegeleidingsgroep op 6 juli 2020 opgericht. De VLM is gestart met de opmaak van een eerste landinrichtingsplan. Dit eerste landinrichtingsplan (LIP) omvat de deelgebieden Kalvekant, Oostdonk, Maaibos en Reepkens: het LIP KOM.

Op de vergadering van de planbegeleidingsgroep van 26 februari 2021 werden de studies die onderbouwend zijn voor de inrichting voorgesteld. Momenteel loopt het overleg met de partners om tot een gedragen visie voor inrichting te komen. Circa 46 ha van stoppende gebruikers/eigenaars is reeds verworven in het LIP KOM. Voor 12 ha pachtgrond is een pachtruil gerealiseerd. Een belangrijke studie die nog loopt is de waterkwantiteitsstudie van VMM. De resultaten van deze studie zijn bepalend voor de keuzes in het LIP KOM. Als de studie afgerond is, zal in het najaar het LIP KOM aan de planbegeleidingsgroep voor advies worden voorgelegd en in het voorjaar van 2022 kan een openbaar onderzoek hierover worden opgestart.

Na de definitieve vaststelling van het RUP Moervaartvallei fase 1, is een werkgroep met vertegenwoordigers van de natuur- en landbouworganisaties onder coördinatie van de gouverneur opgestart. Deze werkgroep werkte verschillende mogelijke grondgebruiksscenario’s uit. Voor elk van deze scenario’s werd getoetst in hoeverre de vastgestelde Natura 2000-doelen effectief gerealiseerd zouden kunnen worden. Uiteindelijk is er slechts één scenario overgebleven dat aan deze plandoelstelling voldoet. Dit scenario zal als basis gaan dienen voor de opmaak van een startnota voor het RUP Moervaartvallei fase 2.”

Op de vragen van De Roo naar de te verwachten terreinrealisaties in 2021, 2022 en 2023 (fase 1), opgesplitst naar Gents grondgebied, Wachtebeke, Moerbeke, provinciaal domein (fase 1) antwoordde de minister: “Voorafgaand aan een definitieve inrichting (LIP KOM) zullen in het gebied Maaibos (grondgebied Moerbeke) in het voorjaar van 2021 beperkte inrichtingen worden uitgevoerd om versneld de ontwikkeling van natte graslandtypes en zeggevegetaties te ondersteunen.

In 2022-2023 zal volgens de huidige planning en onder voorbehoud van het bekomen van de benodigde vergunningen een deel van de verworven gronden in het gebied Oostdonk (Gents grondgebied) worden bebost.

Na het openbaar onderzoek, goedkeuring van de plannen en na verwerving van de gronden zal ten vroegste in 2024 de verdere inrichting op het terrein worden uitgevoerd.”

De Roo polste bij de minister ook hoe rekening werd gehouden in fase 1 en zal worden gehouden in fase 2 met de zorgen en verwachtingen van de landbouwers. Het antwoord van de minister luidde: “De operationele werking van de huidige grondenbank Gentse Kanaalzone, inclusief het bijhorende flankerend beleid, reikt tot  de Moervaartvallei. Dit bood de mogelijkheid om bij de realisatie van de natuurgebieden in de Moervaartvallei fase 1 op maat voor lokale professionele landbouwbedrijven een ondersteunend en flankerend landbouwbeleid op te zetten. Overeenkomstig dit beleid worden de gronden voor realisaties in principe zoveel mogelijk uitgeruild en wanneer niet mogelijk minnelijk verworven. 

Om voldoende oplossingen te vinden en de impact te beperken, wordt bovendien gefaseerd gewerkt. Leeftijd van bedrijfsleiders en (landbouw)economische impact van grondverwerving op de (landbouw)bedrijven waren hierbij sturend. 

Het is de bedoeling om ook voor de natuurgebieden in de Moervaartvallei fase 2 een dergelijk ondersteunend en flankerend beleid vorm te geven.”

Stijn De Roo: “De ontwikkeling van het Landinrichtingsproject Moervaartvallei vordert traag, maar gestaag. Gezien de betrokkenheid van verschillende eigenaars, het uitruilen van grond en de gefaseerde aanpak, is dit normaal. De participatie en inbreng van de natuur- en landbouworganisaties en de mogelijkheid voor landbouwers om gronden te ruilen, leverde een bijdrage aan het draagvlak voor de eerste fase van dit project. De tweede fase van dit plan wordt een stuk moeilijker en de onderhandelingen lopen momenteel stroef. Het vastleggen van realistische natuurdoelstellingen, het betrekken van landbouwers in het beheer en het beschikken over voldoende ruilgrond zal nodig zijn om een geloofwaardig ondersteunend en flankerend landbouwbeleid op poten te zetten.”

Foto: JC.