Vlaams volksvertegenwoordiger Stijn De Roo (cd&v) ondervroeg bevoegd minister Zuhal Demir (N-VA) over de aanwezigheid van PFAS in drinkrietjes en het essentiële gebruik van PFAS-verbindingen.

Studenten van de UAntwerpen onderzochten of en in welke mate poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) aanwezig zijn in drinkrietjes van verschillende materialen op de Belgische markt. Ze deden dit naar aanleiding van een studie in de Verenigde Staten uit 2021, die uitwees dat zogenaamde 'duurzame' rietjes van plantaardig materiaal PFAS bevatten.

In vrijwel alle rietjes van plantaardige materialen die ze onderzochten, detecteerden ze verschillende PFAS-verbindingen, met variabele concentratie. Of PFAS ook vrijkomt bij het contact met voedingswaren en welk effect dit heeft naar opname in het lichaam, werd niet onderzocht. De studenten maken wel melding van een Amerikaanse studie, waaruit zou blijken dat ongeveer twee derde van de totale PFAS aanwezig in een rietje van plantaardig materiaal uitloogde in 15 ml drank, met zelfs een totale uitloging voor de meer wateroplosbare PFAS. 

Op de vragen van De Roo antwoordde de minister dat binnen de inhoudelijke expertengroep inzake PFAS, die wekelijks plaatsvindt onder voorzitterschap van Karl Vrancken, over deze studie op 28 juni een presentatie plaatsvond. De gemeten waarden wijzen er eerder op dat de PFAS als verontreiniging in de rietjes aanwezig is, niet als coating. Het is dan ook niet zeker of alle aanwezige PFAS zal afspoelen. Dat moet dus verder onderzocht worden. De FOD Volksgezondheid is bevoegd voor materialen die in contact staan met voeding. De bevoegde federale overheden werden uitgenodigd op de expertengroep, maar waren niet aanwezig.

De analyse van de diverse gebruiken van PFAS zal aan bod komen in het dossier rond de REACH-groepsrestrictie (Registration, Evaluation, Authorisation and Restriction of Chemicals) inzake PFAS die momenteel loopt. Ons land heeft zich steeds uitgesproken voor een ambitieuze groepsrestrictie en moedigde ook de andere landen aan om daaraan mee te doen. Medio januari 2023 zal een voorstel van PFAS-groepsrestrictie ingediend worden. Dan heb je de consultatie over dit voorstel, en ook de opmaak van een riskmanagement en een sociaal-economische analyse.

Het ingediende voorstel zal criteria bevatten waaronder welke toepassingen kunnen worden beschouwd als ‘essentieel gebruik’. Als wordt aangetoond dat ze hieraan voldoen, kunnen ze afwijken van de restrictie en dit wellicht mits naleving van extra opgelegde maatregelen voor minimalisering van de eventuele emissies. Er zal door betrokkenen wellicht moeten worden aangetoond dat hun specifieke toepassingen essentieel voor de samenleving zijn, en dat er voor de betrokken toepassingen geen passende alternatieven beschikbaar zijn. Naar verwachting zal de bewijslast in dat verband dus bij de sector liggen.

Samen met de andere betrokken overheden zal er op geijkte momenten in de procedure een Belgisch standpunt bepaald worden in het kader van dit dossier.

In dit verband kan verwezen worden naar het nationaal actieplan voor hormoonverstoorders (National Action Plan on Endocrine Disruptors of NAPED) 2022-2026. De FOD Volksgezondheid zal de mogelijkheid bestuderen om specifieke etikettering toe te passen voor hormoonverstorende stoffen in het algemeen, en/of bepaalde chemische stoffen in het bijzonder, op consumentenproducten die het grootste risico inhouden voor de gezondheid van mens en dier en voor het milieu, wanneer zij op de markt worden gebracht.

In februari 2022 werd door de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, een oproep gelanceerd voor een nieuw onderzoeksproject PFASFORWARD, een onderzoek naar PFAS-contaminatie doorheen de voedselketen. Momenteel is de evaluatieperiode lopende van voorstellen die zijn ingediend na de oproep.

Wat de timing voor de definitie van het begrip 'essentieel gebruik' betreft, antwoordde de minister dat op het Vlaams niveau het beeld rond essentieel gebruik kan afgerond worden. Maar op Europees niveau zal dat pas vanaf januari behandeld worden. In dat kader zal het moeten worden uitgeklaard. Het voorstel moet ook gedragen worden door de indienende landen. Dat proces loopt. Het moet uiteraard ook met andere lidstaten worden afgestemd.

Stijn De Roo: “Ik hoop dat wij vanuit het parlement kunnen worden betrokken bij de vormgeving van de definitie rond essentieel gebruik, en dat er de komende weken mogelijks via de commissie Leefmilieu de nodige stukken kunnen worden aangeleverd, zodat we ons daar verder in kunnen verdiepen, en we dat verder kunnen opvolgen.

Je kan het volledige verslag van mijn vraag om uitleg hier vinden.