Sinds midden 2013 kan elke Vlaamse werknemer of zelfstandige beroep doen op loopbaancheques. En ondertussen deden al meer dan 163 000 Vlamingen er beroep op. Maar de budgetten geraken niet opgebruikt en het aantal begeleidingen daalt. Dat blijkt uit het antwoord op parlementaire vragen van Vlaams volksvertegenwoordiger Robrecht Bothuyne (CD&V).

Een loopbaancheque kost 40 euro en kan ingeruild worden voor vier uur professionele begeleiding in een loopbaancentrum ter waarde van ongeveer 550 euro. Iedereen heeft recht op twee cheques in een periode van zes jaar, goed voor in totaal 7 uur begeleiding. Zowel werknemers of zelfstandigen die in Vlaanderen of Brussel wonen en degenen die de laatste twee jaar minimum één jaar aan het werk waren komen in aanmerking. Na 7 en een half jaar hebben reeds 163 469 unieke personen loopbaanbegeleiding gevolgd. Bothuyne: ‘De bedoeling is dat mensen die aan de slag zijn, op tijd en stond de vraag stellen of ze wel effectief goed bezig zijn, of ze het maximum uit hun talenten en competenties halen en of andere wegen niet beter zijn. De antwoorden die men krijgt na een loopbaanbegeleiding, moeten mensen in staat stellen hun loopbaan ook duurzamer te maken, zonder te vervallen in burn-outs e.d.’

Het aantal personen dat via dit systeem effectief startte met loopbaanbegeleiding steeg van 11663 in 2014 tot 27614 in 2019. Maar daarna is het systeem minder populair geworden. Enerzijds door de coronacrisis, anderzijds omdat de toegang beperkt is tot mensen die al 7 jaar gewerkt hebben. In 2020 starten slechts 17753 mensen loopbaanbegeleiding en vorig jaar waren er dan 18353.

 

2021

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2014

Cheque 1

18353

17753

27641

24741

23769

20546

15374

11663

Cheque 2

10044

9866

13049

10550

9444

7322

5054

2995

Dat betekent dat het voorziene budget, bijna 20 miljoen euro, niet opgebruikt wordt. Waar in 2019 nog 27,4 miljoen euro nodig was, was dat in 2021 nog slechts 15 miljoen euro. Bothuyne: ‘Eigenlijk is het onbegrijpelijk dat in tijden van toenemende mentale problemen op en rond de werkvloer, het budget voor loopbaanbegeleiding voor bijna ¼ niet opgebruikt geraakt. VDAB moet het systeem evalueren en het bereik uitbreiden. Want het werkt wel; uit enquêtes blijkt dat loopbaanbegeleiding kan rekenen op tevredenheidsscores van meer dan 90%. We moeten dus meer mensen die daar nood aan hebben, de weg wijzen naar dit systeem. Zo kunnen we uitval en ziekte voorkomen.’

Er maken meer dan dubbel zoveel vrouwen dan mannen gebruik van loopbaancheques. In 2021 bijvoorbeeld starten 12374  vrouwen met loopbaanbegeleiding en slechts 5979 mannen. 2/3 van de loopbaancheques gaat dus naar vrouwen. Bothuyne: ‘En dat terwijl ook mannen uiteraard loopbaanvragen hebben. De Vlaamse overheid moet de loopbaancheques dan ook sterker gaan promoten in de meer ‘mannelijke’ sectoren.’

Vlaanderen kampt met een structurele krapte op de arbeidsmarkt en vaak wordt gekeken naar VDAB om bijvoorbeeld leefloners en mensen die leven van een ziekte-uitkering te begeleiden naar een job. Maar er zijn ook mensen die aan de zijlijn van de arbeidsmarkt zijn gaan staan, zonder dat daar een uitkering mee gepaard gaat. Volgens cijfers van het Steunpunt Werk, zijn er in Vlaanderen 122100 huisvrouwen en –mannen. 98% van hen zijn vrouwen. Bothuyne:  ‘Zij hebben geen of weinig prikkels om aan de slag te gaan. VDAB of andere organisaties kunnen hen moeilijk bereiken. Terwijl in deze groep ongetwijfeld veel mensen zitten die talenten, competenties én zin hebben om terug aan de slag te gaan. Om hen terug op het spoor van de arbeidsmarkt te brengen, stelt CD&V voor om deze groep toegang te geven tot de loopbaancheques aan dezelfde voorwaarden als werkenden.

Zo kunnen we terug nieuwe mensen, die broodnodig zijn, op de arbeidsmarkt trachten te krijgen. Ondertussen heeft ook het Vlaams parlement, mits een resolutie, zich achter dit voorstel geschaard. Wie geen uitkering geniet en niet aan het werk is, zal na een aantal jaar beroep kunnen doen op loopbaancheques. Onbenut talent krijgt zo nieuwe kansen. En de terugverdieneffecten zijn groot voor onze economie en voor de staatskas. En uiteraard is een job ook voor de betrokkenen belangrijk; zowel sociaal als financieel kunnen ze er op vooruitgaan.’