Het was gisteren een drukke namiddag in de commissie onderwijs van het Vlaams Parlement. De minister krijgt maar liefst 15 vragen om uitleg voorgeschoteld. Ik had er daarvan 4 voor hem voorbereid.

Mijn eerste vraag ging over het onderscheid tussen de inspectiediensten en de pedagogische begeleidingsdiensten. De inspectiediensten werden in de vorige legislatuur al grondig hervormd en hebben nu een heel specifieke decretale rol die focust op de ontwikkelingsgerichte dialoog. Voor de pedagogische begeleidingsdiensten zijn er hervormingen in aantocht. Ik vroeg de minister welk onderscheid hij concreet tussen de vernieuwde inspectie en de pedagogische begeleidingsdiensten van de toekomst maakt. Beide diensten zijn ondertussen wel wat naar elkaar toegegroeid. Inspecties zien zichzelf nu eerder als partner van de school dan als controleur. Maar er blijft een duidelijk verschil, stelt de minister. Een inspectie analyseert, op een afgesproken tijdstip, heel wat zaken en brengt de sterke punten en de werkpunten van de school in beeld. Met deze werkpunten gaat de pedagogische begeleidingsdienst, samen met alle betrokkenen in de school, dan aan de slag. Zij focust zich op een langdurige begeleiding terwijl de inspectie zich beperkt tot een grondige analyse op één moment. Beide diensten hebben dus een andere opdracht en mandaat, maar ze moeten wel vertrekken vanuit dezelfde ontwikkelingsgerichte dialoog.

 

Naar aanleiding van de bekendmaking van de PISA 2018-resultaten, tekenden de onderwijskoepels en het GO! eind vorig jaar een engagementsverklaring met het oog op het verhogen van de onderwijskwaliteit. In die verklaring werden een aantal onderwijspartners vernoemd die nog niet ondertekenden. Op mijn uitdrukkelijke vraag, beloofde de minister hen alsnog aan te schrijven met de vraag ook te ondertekenen. Wat de uitrol van het engagement betreft werd beloofd om snel te schakelen zodat er binnenkort ook positieve resultaten te zien zullen zijn.

 

In mijn derde vraag ondervroeg ik de minister over de onderwijsbelastingseenheden in het hoger onderwijs. In het Vlaams Regeerakkoord werd immers afgesproken dat de financiering van hogeschoolopleidingen gericht en gefaseerd zouden worden verhoogd. Voor 2020 zijn er al extra middelen en er is een groeipad voorzien. Het is duidelijk dat we ons willen focussen op STEM-opleidingen, maar er moeten keuzes gemaakt worden. Want zelfs met het extra geld, kunnen we de ondersteuning niet overal verhogen, zelfs al zouden we ons beperken tot alleen STEM-opleidingen. Daarom vroeg de minister aan de VLORHA om een voorstel te doen. Wij vinden het een goede keuze om  binnen de VLORHA via overleg tot een consensus te komen.

   

En tenslotte wilde ik ook even horen naar de mening van de minister rond de inkanteling van het stelsel ‘leren en werken’ in het systeem ‘duaal leren’. Zowel de VLOR als de SERV brachten hierrond eerder al advies uit. Op het onderwijsveld zijn hier heel wat vragen en onduidelijkheden over. Vanuit CD&V willen we ‘duaal leren’ uiteraard alle kansen geven. Maar er is wel een zekere bezorgdheid over sommige doelgroepen. We moeten opletten dat leerlingen uit het huidig systeem ‘leren en werken’ niet uit de boot vallen. De minister beloofde de vinger aan de pols te houden, samen met iedereen in het onderwijsveld. Duaal leren is immers nog maar pas uit de startblokken geschoten. We houden dit nauwlettend in de gaten, want ook de Centra Leren en Werken willen hierrond snel duidelijkheid.

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.