Structurele en duurzame oplossing voor grensoverschrijdend busvervoer gevraagd!

 De buslijn tussen Duinkerke en Adinkerke werd geschrapt, omdat er geen duidelijk afspraken waren tussen Vlaanderen en Frankrijk over de betaling. De busrit is nu tijdelijk heropgestart, maar er is nog steeds geen financiële oplossing. Gelijkaardige problemen zien we in de regio Kortrijk met de bussen voor de Eurometropool. Daarom pleit ik, samen met collega Martine Fournier voor structurele en duurzame oplossingen. 

Na de lockdown en het heropenen van de grenzen naar aanleiding van de Coronamaatregelen werd de Franse lijnbus tussen Duinkerke en het station van Adinkerke (De Panne) plots niet meer hernomen. Dat was voor vele gebruikers een onaangename verrassing, maar de Franse busmaatschappij besliste tot opschorting omdat men een financiële participatie van Vlaanderen had verwacht. De huidige busverbinding wordt immers volledig gefinancierd met Franse overheidsmiddelen en met middelen van de bedrijven uit dit gebied.

Na overleg met de Franse autoriteiten rijdt de bus sinds 7 juli voorlopig wel weer door tot aan het station in Adinkerke. Martine Fournier en Loes Vandromme kaartten deze problematiek gisteren aan in de commissie mobiliteit van het Vlaams Parlement. De bus rijdt ondertussen terug over de grens, maar blijkbaar is dit een korte termijnoplossing. Er moet in de komende weken en maanden gezocht worden naar een structurele en duurzame oplossing voor deze belangrijke grensoverschrijdende verbinding. .

Het gebrek aan grensoverschrijdende mobiliteit doet zich trouwens ook in andere delen van West-Vlaanderen voor. In de regio Kortrijk-Lille-Tournai komen dagelijks heel veel Fransen werken maar er zijn amper 3 grensoverschrijdende verbindingen via het openbaar vervoer. En verder is er de monopoliepositie van De Lijn in Vlaanderen waardoor Franse of Waalse bussen geen haltes in Vlaanderen kunnen hebben.

De minister wijst naar de vervoerregio’s die momenteel werken aan een nieuw openbaar vervoerplan en daar ook Vlaamse middelen voor krijgen, maar grensoverschrijdende mobiliteit organiseren is een bovenregionale taak volgens ons. En gaat dus verder dan de scope van een vervoerregio.  Ik  verwijs daarvoor naar de huidige afspraken met Nederland. Daar zijn extra middelen voorzien in het kader van een afsprakennota met de Nederlandse provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. We rekenen er op dat een dergelijke regeling, los van het budget voor de vervoerregio, ook met onze Franse buren kan gemaakt worden.

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.