CD&V-parlementsleden Hilâl Yalçin en Loes Vandromme pleiten voor een extra stimulans voor antipestprojecten in scholen.

Uit cijfers die Loes Vandromme opvroeg bij de minister van Onderwijs blijkt dat het aantal scholen dat intekent voor een traject met ‘de conflixers’, het antipestproject van de Vlaamse Scholierenkoepel, tijdens de laatste schooljaren sterk afnam. ‘Dit is géén goede evolutie. We vermoeden dat de coronacrisis hier een belangrijke reden voor is, maar dat is geen reden om af te wachten tot de situatie normaliseert en de acties vanzelf weer opstarten. Het thema is daarvoor té belangrijk,’ stellen de parlementsleden. ‘Daarom is een communicatiecampagne én een aangepaste aanpak op maat van scholen voor buitengewoon onderwijs nu zeker nodig.’

Allesoverpesten.be

1 op 6 Vlaamse kinderen wordt gepest tijdens hun jeugd. 1 op 14 jongeren is slachtoffer van cyberpesten. Dat blijkt uit een studie van de UGent.

Gelukkig zien we een daling van ongeveer 3 à 4% in de cijfers van het traditioneel pesten (cijfers 2018 tegenover 2016). De vele initiatieven tegen pesten hebben ongetwijfeld vruchten afgeworpen, maar anderzijds blijft het een uitdaging om de juiste info en partners te vinden om echt aan de slag te kunnen gaan, zo blijkt. Daarom lanceerde minister Dalle begin deze maand het online platform allesoverpesten.be. De website bundelt tal van initiatieven en tips voor (onder andere) leerkrachten zodat zij zich beter kunnen wapenen in de strijd tegen pesten. 

Conflixers

Het antipestproject ‘de Conflixers’ dat wordt getrokken door de Vlaamse Scholierenkoepel is ondertussen goed gekend in het onderwijsveld.  Dit project vertrekt vooral vanuit de peer-support methode waarbij leeftijdsgenoten het voor elkaar opnemen, een luisterend oor zijn en actie tegen pesten ondernemen.

Sinds de start in 2016 werkten al 134 scholen een traject met de Conflixers af. Daarbij bereikten ze 1796 ‘conflixende’ leerlingen die tijdens het traject een actieve rol speelden, maar uiteraard hadden  vele andere leerlingen van deze scholen er ook baat bij.

‘Toch merken we door de jaren heen een terugval van het aantal trajecten, train-de-trainer-opleidingen of workshops,’ merkt Loes Vandromme die de cijfers bij de minister van Onderwijs opvroeg. ‘In het eerste werkingsjaar namen 35 scholen in. In schooljaar 2019-2020 waren dat er 28 en vorig schooljaar nog 11.’

‘In Oost-Vlaanderen en Limburg organiseerde geen enkele school vorig jaar een vorming of workshop rond ‘Conflixers’,’ gaat Hilâl Yalçin verder. ‘We mogen er van uitgaan dat er in scholen uiteraard wel gewerkt wordt rond dit thema want er zijn nog andere projecten rond pesten, maar de unieke peer-support methode werd niet toegepast.’

Booster voor antipestprogramma's nodig

Ongetwijfeld is de coronacrisis een belangrijke factor voor de terugval in de participatie van scholen aan het Conflixers-traject. ‘Maar net daarom is het belangrijk om het project nu een boost te geven met een uitgebreide communicatiecampagne,’ vinden Vandromme en Yalçin. Minister Weyts liet in de commissie Onderwijs zijn intenties blijken om ‘de conflixers’ te verduurzamen. Een nieuwe beheersovereenkomst met de Vlaamse Scholierenkoepel werd aangegaan voor de periode 2021-2023 waarin de autonomie van de koepel centraal staat. ‘Een goede zaak’, zegt Hilâl Yalçin. ‘Hiermee worden de werkingsmiddelen voor de komende jaren gegarandeerd’. Daarnaast is de minister bereid om de Vlaamse Scholierenkoepel te ondersteunen in hun communicatie om het project opnieuw kenbaar te maken bij de scholen. ‘Ik ben zelf een grote voorstaander van het peer-support principe. Het is belangrijk dat scholen hun weg hiernaartoe vinden via de juiste communicatie en ondersteuning,’ aldus Hilâl Yalçin.

De parlementsleden vragen ook extra aandacht voor de buitengewone scholen. ‘Scholen voor buitengewoon onderwijs maken amper gebruik van het aanbod. Tot nu toe liepen slechts 6 BuSo-scholen een traject met de Conflixers. Wellicht is er een aangepaste aanpak op z’n plaats zodat ook buitengewone scholen aan de slag kunnen met deze peer-support methode,’ stelt Loes Vandromme.

‘Sowieso is het voor iedere school van groot belang om te werken aan de zogenaamde fase o en 1 in het zorgcontinuüm. Daarbij wordt extra aandacht besteed aan preventie en werken directie, leerkrachten en leerlingen aan een verbindend schoolklimaat waar zorg gedragen wordt voor iedereen. We moeten de scholen daarvoor zoveel mogelijk tools op maat bezorgen,’ besluiten de parlementsleden.