Momenteel groeien bijna 1.000 Vlaamse kinderen onder de zes op in een instelling. Dat is veel te veel. Gezinshuizen zouden een alternatief kunnen zijn. “Deze kinderen hebben nood aan de warmte en geborgenheid van een gezin. In een gezinshuis worden maximaal vier kinderen in een gezinsomgeving opgevangen. De gezinshuisouders hebben een opleiding gekregen en zijn verbonden aan een jeugdhulpvoorziening”. Intussen is het eerste gezinshuis geopend als pilootproject in uitvoering van een oproep van minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen. Samen met collega's uit de meerderheid diende Katrien Schryvers nu een resolutie in. Daarin bepleiten ze onder meer, in overleg met de federale overheid, een correct statuut voor de gezinshuisouder.

Kinderen jonger dan zes jaar horen niet thuis in een residentiële voorziening. Zij hebben immers nood aan de warmte, de geborgenheid en de stabiliteit van een gezinsomgeving. Voor een kind dat ontwikkelt is het belangrijk dat het vaste hechtingsfiguren heeft. Dat kunnen de begeleiders in een instelling, ondanks hun harde werk en toewijding, niet geven door hun wisselend werkschema en het grote aantal kinderen. Met een gezinshuis willen we die kinderen een warme gezinssituatie bieden.

In een gezinshuis worden maximaal 4 kinderen in een gezinsomgeving opgevangen. De gezinshuisouders hebben een opleiding gekregen en zijn verbonden aan een jeugdhulpvoorziening. Van die voorziening krijgen ze pedagogische en agogische ondersteuning, en occasionele opvang als dat noodzakelijk is. Het voorstel werd besproken in het parlement en vertegenwoordigers van Pleegzorg Vlaams-Brabant en Brussel, Pleegzorg Vlaanderen, Vlaams Welzijnsverbond, SOS Kinderdorpen België en Emmaüs betuigden hun steun.

Begin dit jaar startte met het Simbahuis (Liedekerke) het eerste Gezinshuis in Vlaanderen. De Vlaamse Regering sloot daarvoor een overeenkomst met SOS Kinderdorpen en minister Vandeurzen reserveert 290.000 euro. We zijn er rotsvast van overtuigd, net zoals internationaal onderzoek laat zien, dat we zo jonge kinderen die thuis niet kunnen opgroeien een veel betere start geven in het leven. Met gezinshuizen bevestigen we de keuze om kinderen die niet thuis kunnen verblijven, toch in een gezinsomgeving te laten opgroeien, net zoals we daar uitdrukkelijk voor kozen met het decreet pleegzorg van 2012, waarin we  pleegzorg naar voor schoven als eerste te overwegen hulpvorm als kinderen (tijdelijk) niet thuis kunnen opgroeien.

Het proefproject voorziet kwaliteitsvolle opvang voor zeer jonge kinderen, maar telkens met het oog op een terugkeer van het kind naar de biologische ouders. In deze gezinshuizen wordt uitgebreide contextbegeleiding voorzien, maar het is steeds een tijdelijke oplossing. Finaal moet het doel zijn dat de kinderen uiteindelijk kunnen terugkeren naar hun biologische ouders. Als een terugkeer op korte termijn onmogelijk lijkt, dan zal er worden doorverwezen naar pleegzorg. In een pleeggezin kunnen de kinderen dan eventueel voor een langere periode verblijven.

Het proefproject is een belangrijke eerste stap. Maar we zijn er nog niet. We pleiten voor een snel en grondig onderzoek over de hinderpalen die een veralgemening van de gezinshuizen in de weg staan. Daarenboven willen we overleg met de federale overheid zodat er een correct en juridisch sluitend statuut komt voor de gezinshuisouder.

    Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.