Vlaams parlementslid Katrien Schryvers wil de positie van ouders die tijdens de zwangerschap hun kindje verliezen versterken. Volgens het parlementslid wordt in de huidige regelgeving het verdriet bij zo’n verlies niet voldoende erkend. Dit maakt de al traumatische ervaring nog zwaarder. “Er is nood aan meer erkenning én ondersteuning,” zegt het parlementslid, dat met concrete voorstellen komt.

1-03-2021

“Het overlijden van een ongeboren kindje wordt door de samenleving en de regelgeving niet altijd in dezelfde mate beschouwd als een verlies,” zegt Vlaams parlementslid Katrien Schryvers (CD&V). In een conceptnota die ze indient in het Vlaams parlement doet ze daarom concrete voorstellen die ouders meer erkenning en ondersteuning moeten geven. “Van een laatste rustplaats voor levenloos geboren kindjes (ongeacht de duur van de zwangerschap), de mogelijkheid voor ouders om zwangerschapsrust en geboorteverlof te nemen, recht op kraamgeld, psychologische ondersteuning en een nauwkeurigere registratie van miskramen en doodgeboortes: de conceptnota pakt verschillende pijnpunten aan,” zegt Schryvers.  

Een laatste rustplaats

Sinds 2014 hebben ouders het recht om hun levenloos geboren kindje te begraven of te cremeren, ongeacht de duur van de zwangerschap (in uitvoering van een decreet van Katrien Schryvers). Heel wat lokale besturen voorzien hiervoor op hun begraafplaatsen aparte plekken en zorgen voor een mooie invulling. Denk maar aan sterretjesweides of vlinderbomen. Voor veel ouders kan dit helpen bij het rouwproces. “We moeten steden en gemeenten verder motiveren om op hun begraafplaatsen een plek in te richten waar levenloos geboren kindjes uitgestrooid of begraven kunnen worden enerzijds en om ouders van levenloos geboren kindjes desgewenst mee te betrekken bij het aanplanten van geboortebossen anderzijds. Ook dat kan helend werken,” aldus Schryvers.

Moederschapsrust en geboorteverlof

Vrouwen die bevallen, hebben recht op moederschapsrust als de zwangerschap minimaal 180 dagen heeft geduurd na de verwekking. Wanneer een kindje doodgeboren is of onmiddellijk na de bevalling overlijdt voor de termijn van 180 dagen verstreken is, dan is het recht op moederschapsrust afhankelijk van het attest van de behandelende arts. Indien die arts oordeelt dat er sprake is van een miskraam dan is er geen recht op moederschapsrust, indien de arts aangeeft dat het gaat om een doodgeboren kind, dan is er wel recht op moederschapsrust. Schryvers wil het recht op geboorteverlof al vanaf 140 dagen, ook al komt het kindje levenloos ter wereld. “Al vanaf 140 dagen spreken de WHO en het Agentschap Zorg en Gezondheid van een geboorte. Ouders zouden dan ook minimaal vanaf dit moment recht moeten kunnen hebben op bevallingsrust of geboorteverlof,” zegt Katrien Schryvers.

Startbedrag Groeipakket

Bij de geboorte van een kind ontvangen de ouders eenmalig het zogenaamde startbedrag (het vroegere kraamgeld) uit het Groeipakket. Momenteel bedraagt dit 1.144,44 euro.  Voor een kindje dat niet levensvatbaar geboren wordt, hebben de ouders recht op dit bedrag vanaf ten minste 180 dagen of 6 maanden zwangerschap. Ook daar wil Schryvers verandering in brengen. “Vanaf het moment van een zwangerschap beginnen ouders te plannen. Heel wat kosten voor een babyuitzet worden ook al gemaakt voor de termijn van 180 dagen.” Schryvers stelt daarom dat ouders recht zouden krijgen op het startbedrag vanaf een zwangerschap van 140 dagen na conceptie, in plaats van de 180 dagen nu.

Ondersteuning en rouwbegeleiding

Schryvers wil ook dat er vanuit de Vlaamse overheid nog meer wordt ingezet op de (psychologische) ondersteuning van ouders en familieleden van een levenloos geboren kindje. “Vlaanderen moet richtlijnen uitwerken voor Vlaamse ziekenhuizen over de wijze waarop zij ouders van levenloos geboren of niet-levensvatbare kinderen moeten begeleiden en eventueel doorverwijzen naar psychologische hulp,” aldus het parlementslid. “De ernst van rouwen en het belang van kunnen rouwen moeten nog meer ingang kunnen vinden in onze maatschappij.”

Registratie

Meer erkenning start al bij een betere registratie. “Voor mij gaat die registratie over de mogelijkheden om dit vanuit het beleid goed in kaart te brengen. Bijvoorbeeld om snel te kunnen zien wanneer er op bepaalde plekken een toename van het aantal miskramen is en dergelijke, om ons preventieve gezondheidsbeleid ook goed te kunnen voeren. Dit is nu heel relevant in het kader van coronamaatregelen die blijkbaar leiden tot minder miskramen,” zegt Katrien Schryvers.