Woensdag 13 maart stelde de Commissie van Toezicht haar eerste jaarverslag voor. Deze commissie is ingebed bij het Kinderrechtencommissariaat als toezichtsorgaan voor alle gesloten en besloten Vlaamse instellingen waar jongeren verblijven en ging een jaar geleden van start. Vlaams volksvertegenwoordiger Katrien Schryvers, hoofdindiener van het decreet dat dit extern toezicht in het leven riep, is tevreden met deze eerste jaarrapportage.

De hoofdopdracht van de Commissie van Toezicht is toezien op de bejegening van jongeren die van hun vrijheid zijn benomen en op de eerbiediging van hun rechten. Dit gebeurt door een maandcommissaris, die de voorziening (nl. de gemeenschapsinstellingen, Everberg, de jeugdgevangenis in Tongeren en de proeftuinen met besloten settings) minstens één keer per maand onaangekondigd bezoekt.

“Momenteel zijn er zo’n 12 maandcommissarissen actief. We mogen zeker tevreden zijn over de manier waarop zij hun werk uitvoeren,” aldus Schryvers, “Hun engagement is geheel vrijwillig en niet vanzelfsprekend. Zij komen binnen in een wereld die voor velen gesloten blijft, moeten het vertrouwen winnen van jongeren, medewerkers en directies, en moeten naar eer en geweten invulling geven aan hun ruim mandaat. Het is dan ook van groot belang dat we hen voldoende ondersteunen en de nodige vorming aanbieden.”

“De commissie werd in het leven geroepen om de individuele rechtsbescherming van de jongeren te versterken, én om ons een spiegel voor te houden,” gaat Schryvers verder, “Na amper één jaar werk, mogen we stellen dat de commissie al belangrijke stappen heeft gezet om aan de hoge verwachtingen te voldoen. Een uitbreiding van het toepassingsgebied is wat mij betreft een logisch vervolg,  bijvoorbeeld naar de kinderpsychiatrie en bepaalde voorzieningen voor kinderen en jongeren met een handicap. Dat voorzagen we bij de opmaak van onze conceptnota en in de toelichting van het decreet ook al. Uit de ervaringen van nu kunnen we lessen trekken voor de implementatie daar.”

De vaststellingen van het jaarverslag zijn, zoals decretaal voorzien, de synthese van de maandelijkse verslagen die de maandcommissarissen hebben uitgebracht. Sommige vaststellingen zijn  niet nieuw, andere dan weer wel. “Bepaalde vaststellingen kunnen onmiddellijk verholpen worden, bij weer andere moet  de nodige nuancering aan de dag worden gelegd en soms ligt de oplossing niet zomaar voor het grijpen,” aldus Schryvers, “In zulke gevallen is de dialoog een onontbeerlijk werkinstrument.”

Een aantal vaststellingen zijn structureel van aard en overstijgen het niveau van de voorziening. Oplossingen moeten dan ook voorziening-overstijgend zijn. Ook daar biedt de werking van de commissie heel wat kansen. Andere vaststellingen hangen dan weer samen met de cultuur van de organisatie. “In dat opzicht mag het jaarverslag een aanzet zijn om bepaalde rechten van jongeren meer te concretiseren in regelgeving. Hier ligt zeker nog een taak voor het parlement. Ik denk dan bijvoorbeeld aan het gebruik van isolatie.” vindt Schryvers. Nog andere vaststellingen spelen louter in op individuele relaties. Wat dat betreft heeft de Commissie ook oog voor de menselijke warmte die opvoeders in heel concrete omstandigheden aan de dag leggen.

“Alleszins verdient de commissie onze appreciatie voor de wijze waarop zij op korte termijn haar allerminst evidente opdrachten heeft aangevat en vervuld,” besluit Schryvers, “Het is duidelijk dat de commissie moet blijven werken aan haar bekendheid om het vertrouwen van alle betrokkenen te blijven winnen. Het allerbelangrijkste is natuurlijk dat we met de vaststellingen aan de slag gaan.”

    Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.