EEN PRO-ACTIEF PARLEMENT ALS HOEDER VAN DE DEMOCRATIE

De recente dynastieke benoeming in de regentenraad van Nationale bank, ‘een familiezaak’ derde-generatie-op-rij, deed bij velen de wenkbrauwen fronsen.  Het was geen reclame voor sociale mobiliteit en deed ons feitelijk denken aan het Belgique de papavan de twintigste eeuw.

Sociale mobiliteit is nochtans een bij ons opgebouwde politico-sociale realiteit waar we fier op mogen zijn.  Volgens een studie van Eurofound scoort België hierin het best van Europa.  Met andere woorden, in ons land heeft de job die ouders uitoefenen de kleinste invloed op wat hun kinderen later verwezenlijken. Sociale mobiliteit houdt een morele connectie in stand tussen de meer abstracte conceptuele notie van ‘samenleving’ enerzijds en de burgers anderzijds.  Het is dan ook een belangrijk principe voor de verwezenlijking van een zo groot mogelijke graad van rechtvaardigheid en socio-culturele cohesie in onze samenleving. 

Hoe paradoxaal is het dan, om net dít specifieke principe overboord te gooien met deze quasi-erfelijke benoeming voor de regentenraad van de Nationale Bank?  Net dat wat ons - nog nét - toelaat te geloven in de eerlijkheid en billijkheid van ons sociaal model, werd publiek te kijk gezet.

Volgens sommigen was het zaak om een flinke lepel te slikken en kon men verder niet veel aanvangen. Immers, het ging om een politieke benoeming, en elke politieke partij is slechts verantwoordelijk voor de voordracht komende vanuit de eigen partij.  Als iedereen, met dat principe in gedachten, voor eigen deur veegt, zouden er geen problemen zijn; dat is echter een niet vol te houden stelling.  Immers, de nodige checks and balances, de knipperlichten van onze democratie, worden daarmee op offgezet – en niet alleen de andere politieke partijen van de meerderheid, maar ook het parlement wordt er mee voor schut gezet.

Het is tijd voor een ommezwaai.  Vandaar mijn voorstel om alle belangrijke politieke benoemingen namens de regering aan het federale parlement voor te leggen.  Net zoals een Europees commissaris eerst naar het Europees parlement moet vooraleer aangeduid te worden.  Elke voorgedragen kandidaat moet daar verschijnen voor de parlementaire commissie die bevoegd is voor de desbetreffende portefeuille. De leden van die commissie beslissen vervolgens of de kandidaat geschikt is. Als alle 27 kandidaten individueel zijn goedgekeurd, stemt het voltallige Parlement nog eens, ditmaal over het team als geheel. Na een gunstige stemming in het parlement, worden de commissarissen benoemd door de Europese Raad.

De vijf door de Minister van Financiën voorgedragen personen voor de regentenraad van de Nationale Bank zouden dus eerst de Commissie voor de Financiën en de Begroting in de Kamer van volksvertegenwoordigers moeten passeren.  Daar kan dan een vragensessie georganiseerd worden, waarna de commissie stemt.  En de week erop kan de plenaire vergadering stemmen.

Dit leidt ons ook tot een belangrijke herijking van het evenwicht tussen de uitvoerende en de wetgevende macht. Vroeger had de heerser of de koning onbeperkte macht, hij was de vertegenwoordiger van God op aarde.  De eerste keer in onze recente geschiedenis dat het volk fundamenteel de macht van de heersers kon limiteren was in de Engelse Staat.  De Magna Carta van 1215 beperkte de invloed van de heersers en er werd overeengekomen dat de koning elk jaar aan het parlement moest vragen hoe het budget er uit zag en hoe de inkomsten en uitgaven geprojecteerd waren. Het is geen toeval dat de moderne democratische principes in die dagen werden bepaald.  In 1748 publiceerde Montesquieu de Trias Politica waarbij hij uitlegde hoe de verschillende machten, met name de uitvoerende (de regering), de wetgevende (het parlement) en de rechterlijke macht moesten vechten voor de macht zodat geen enkele macht, àlle macht zou hebben.  Het is interessant te lezen hoe hij er op rekent dat door disputen, discussies en machtsgevechten, er een evenwicht in de machtsverdeling zou moeten ontstaan. 

Een ander historisch element is gesitueerd in de Verenigde Staten.  In nummer 51 van de Federalist Papers, getiteld ‘The Structure of the Government Must Furnish the Proper Checks and Balances Between the Different Departments’, argumenteert James Madison voor de scheiding der machten en de installering van checks and balancestussen regering en parlement.  In Europa hadden Locke en Rousseau ook reeds geschreven over deze politico-filosofische noties en vanuit een internationaal perspectief was het gevoel voor deze grondwettelijke engineering enorm aanwezig.

Is de parlementaire soevereiniteit dan oneindig? Dat is een vaak gevoerd debat in Groot-Brittanië en de Verenigde Staten waar politieke filosofen er reeds eeuwen over bakkeleien – onder meer Alexis de Toqueville beschreef het thema uitvoerig in zijn boek Over de democratie in Amerika. Bij ons is het momenteel duidelijk dat onze geschreven Grondwet, een reeks Europese en internationale verdragen, en een regionaliserende bevoegdheidsverdeling, een rem zijn op ongebreidelde parlementaire initiatieven of parlementair machtsmisbruik. Judiciële controle is dan ook mogelijk in ons constitutioneel en Europees wettelijk kader. De angst voor een parlement dat té veel macht heeft is onnodig, terwijl dat bij de uitvoerende macht (de Koning en/of de regering als heerser), en de rechterlijke macht (un gouvernement des juges) wél zo is. De huidige politieke particratische context in België moet ons net aanzetten tot méér onafhankelijk parlementair werk.

Het parlement heeft dus vanuit historisch perspectief niet alleen de missie, maar ook de werkelijke plicht om op assertieve manier de machtsuitoefening van de regering op voortdurende wijze te betwisten. In de huidige kwestie betekent dit dat zij in finede geschikte personen dient aan te duiden voor belangrijke mandaten in overheidsbedrijven en -instellingen, en ook in de nationale bank.

Niemand zal in dergelijk model de kwalificaties ontkennen van bekwame personen, misschien zelfs van Cédric Frère. Het zou ook kunnen dat hij als jonge dertiger reeds dermate sterk gepresteerd heeft, of een bijzonder specifieke financieel-economische expertise bezit, die van hem de meest geschikte of gewenste voordracht zou maken. Maar dat zou dus door het parlement gecontroleerd moeten worden, via een grondige bevraging en analyse van zijn profiel. Enkel dan kan er op meer objectieve en transparante wijze benoemd worden, en kan de carrousel der politieke benoemingen enigszins getemperd en gedemocratiseerd worden.

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.