Een paarse beslissing van 15 jaar geleden kost de volgende regering straks veel geld, 450 miljoen euro per jaar om precies te zijn. Het gaat om de pensioenen van de vastbenoemden bij Belgacom (nu Proximus). Het geldpotje met vijf miljard erin dat daarvoor werd aangelegd, is over drie jaar leeg.

Het is een politiek verhaal dat ook in 2003 al heel veel stof deed opwaaien. De paarse regering Verhofstadt II besliste toen om het pensioenfonds van Belgacom over te nemen. Dat was een aardig gevuld spaarpotje waarmee het toen nog 100 procent overheidsbedrijf de pensioenen van zijn statutaire ambtenaren moest betalen. De operatie gebeurde onder meer omdat Belgacom toen naar de beurs ging en de concurrenten geen pensioenverplichtingen hadden. Tot zover geen probleem. De wenkbrauwen gingen bij velen wel de hoogte in toen bleek dat de regering de vijf miljard euro als inkomsten in de begroting van 2003 en 2004 inschreef. Dat mocht toen nog van Europa, maar uiteraard moest met dat geld wel de pensioenen van de Belgacommers betaald worden. Met dat geld de begroting opsmukken, was dus op zijn minst merkwaardig te noemen.

Verrassing

Verrassing echter toen minister van Begroting Sophie Wilmès (MR) onlangs in de Kamer op een vraag van Hendrik Bogaert antwoordde dat het geld van het fonds en de vijf miljard tussen 2021 en 2022 op is. Vanaf dan zal de volgende regering elk jaar tussen de 450 en 470 miljoen euro uit eigen zak moeten vinden. Dat bedrag daalt later nog wel, maar het blijft betalen tot de statutaire ambtenaren – Proximus werft ondertussen alleen nog contractuelen aan – letterlijk uitgestorven zijn. Het gaat in elk geval om meer dan het jaarlijkse dividend dat de staat elk jaar van Proximus krijgt. Voor 2018 heeft de regering daarvoor zo’n 300 miljoen ingeschreven.

Bogaert fulmineerde in 2003 als beginnend Kamerlid tegen de operatie en vindt dat hij nu gelijk krijgt. “Dit is één van de meeste crazy zaken die ooit zijn gebeurd. Het geld werd in 2003 en 2004 al opgesoupeerd, terwijl er nog jaren moest worden betaald. Dit is het omgekeerde van de toekomst voorbereiden.”

Toenmalig Begrotings­minister Johan Vande Lanotte (SP.A) vindt de kritiek totaal onterecht. “Hadden we dat fonds toen niet overgenomen, dan was Belgacom vier jaar later failliet gegaan. Bovendien hadden wij dat geld eerst niet ingeschreven als inkomsten, maar heeft Europa ons daartoe verplicht. Dat waren toen de regels”, legt de socialist uit. Vande Lanotte wijst er nog op dat Proximus net zoals elk ander bedrijf voor zijn werknemers sociale bijdragen betaalt. Het gaat om tientallen miljoenen. “En net zoals voor elk ander bedrijf legt de overheid daar wat bij. Waarom zegt niemand iets over de pensioenen van Base en Orange?”

Verhofstadt II nam later ook nog de pensioenfondsen van de NMBS, Belgocontrol, Brussels Airport en de Antwerpse Haven over, maar die operaties waren een pak kleiner.

Econoom bij Itinera en toenmalig criticus Ivan Van de Cloot zegt nog altijd verbijsterd te zijn over wat toen gebeurde. “Dat een regering in Griekenland die in heel diepe nood zit zoiets zou doen … Maar toen waren het hier tijden van hoogconjunctuur. Dit is gewoon schaamteloos. Een après nous le déluge-beleid. Dat waren toen de regels, ja, maar het is niet omdat het wettelijk is dat het ook moreel is. De normvervaging zat overal, ook in Europa.”

    Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.