Hoorzitting college van procureurs-generaal over de zaak Chovanec

Op woensdag 16 september vond in de commissie Justitie een nieuwe hoorzitting plaats over de zaak Chovanec, ditmaal met het college van procureurs-generaal. In eerste instantie had de commissie Justitie het parket van Charleroi en het parket-generaal van Bergen gevraagd voor deze hoorzitting. Het college van procureurs-generaal wilde evenwel zelf gehoord worden om te kunnen spreken over het geheim van het onderzoek.

Hieronder vindt u mijn tussenkomst tijdens het debat:

Ik moet zeggen dat ik toch wel verrast was toen uw brief binnenkwam met de melding dat men niet kan/wou ingaan op de vraag van de commissieleden. Ik weet niet of u de commissie waarin wij de overweging gemaakt hebben wie wel en niet konden horen gevolgd hebt.  Maar wij hebben dit weloverwogen gedaan, wij zijn niet over 1 nacht ijs gegaan.

Net omdat wij heel goed weten dat er een strikte scheiding der machten is, net omdat wij heel goed weten dat de onafhankelijkheid van het onderzoek primordiaal is.  De scheiding der machten is het fundament van de rechtsstaat. Mochten we het niet weten, dan hebben we zeker en vast onze minister van Justitie die er ons zeker in deze commissie vaak genoeg en terecht aan herinnert. 

Maar ik ben opgevoed in het verre West-Vlaanderen en daar zegt men: “mensen spreken mensen”.  En wij als politici zijn het eerste aanspreekpunt van de inwoners, het eerste aanspreekpunt voor hun vragen en in dit dossier voor hun verontwaardiging van de beelden die zij op TV gezien hebben.  Van de vragen die zij hebben na alles wat er in de pers is verschenen. 

Dan komt de vraag natuurlijk: Wat is er ondertussen gebeurd?  Het antwoord op die vraag is een feitenkwestie qua procedure en is geen inhoudelijke vraag naar de schuldvraag. 

Komt daarbij dat het parket zelf een persbericht heeft verstuurd met toch een aantal inhoudelijke zaken. Zaken die opnieuw vragen doen oprijzen bij de inwoners van ons land :

Er wordt in de pers gecommuniceerd dat "in tegenstelling tot wat wordt beweerd, het in dit stadium van het onderzoek niet bewezen lijkt dat het optreden van de politieagenten de directe oorzaak was van de dood van het slachtoffer."  Als het Openbaar Ministerie dergelijke uitspraken in de pers doet, dan zou je denken dat we hierover toch kunnen spreken en zij wat uitleg kunnen geven over deze uitspraken?

Deze twee zaken maken dat wij als commissie, gezamenlijk hebben beslist dat we zeker de onderzoeksrechter NIET kunnen en willen vragen, want partijen suggereerden om dit te doen, maar gezamenlijk is beslist dat de onafhankelijkheid van het onderzoek moet gegarandeerd blijven, we daarom de enkel en alleen de procureur des konings en het parket-generaal gevraagd of ze met ons willen in gesprek gaan.

Op verschillende vragen wensten de procureurs-generaal niet of maar gedeeltelijk te antwoorden. Uit het volledige debat trok ik volgende conclusies:

1. De dialoog tussen justitie en de mensen moet beter. De communicatie en openheid vanuit justitie naar de mensen toe moet beter. In dit dossier is het te laat, maar laat dit dossier een leerschool zijn over hoe we dit in andere dossiers beter kunnen doen. We zijn in de 21ste eeuw, dat wil zeggen dat ook de communicatie mee moet met zijn tijd. Het moet toch mogelijk zijn om van bij aanvang van het onderzoek en dit op geregelde tijdstippen in zo’n belangrijke dossiers een update te geven van de stappen in het onderzoek en in het proces. Zonder in te gaan op de details en zonder de onafhankelijkheid van het onderzoek te schenden. Dialoog is nodig om het vertrouwen te versterken naar justitie toe.

2. Ik heb begrepen dat nadat de Hoge Raad haar onderzoek heeft beëindigd, dat wij hier jullie opnieuw kunnen uitnodigen. En wij zullen dan wel antwoorden krijgen op onze vragen.  We gaan dit dan zeker overdoen op dat moment.  Ik heb begrip dat er momenteel een onderzoek loopt cfr art. 136 en heb er begrip voor en ik zal geduld hebben, nu nog.

3. U gaf een aanzet waarom gerechtelijke onderzoeken soms vertraging hebben, wel we moeten dit serieus nemen.  We moeten samen zoeken hoe we dit kunnen versnellen mits respect voor de kwaliteit en de gegrondheid en het respect voor de rechten van elke partij.  Maar als blijkt dat praktische zaken een efficiënte en snellere voortgang in de weg staan, dan moeten we dit serieus nemen en moeten we dit oplossen.

Deze drie werkpunten zijn voor mij werkpunten die we samen in dialoog en in vertrouwen met elkaar moeten kunnen aan werken en oplossen.

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.