Voor de werken betreffende het bijzonder onderhoud van wegen voor de periode 2009 en 2010 hebben 3 aannemers ingeschreven op de openbare aanbesteding. Alle drie voldoen ze aan de in het bestek gestelde eisen. Het bestek werd opgemaakt met voor de verschillende posten een raming van de hoeveelheid en een eenheidsprijs.

Na controle van de aanbestedingsdossiers en de vorderingsstaten, en de vergelijking van de drie inschrijvers stelt CD&V-raadslid Andrée De Rom-Depreter vast dat de aannemer met de laagste globale offerte – en die de werken gegund kreeg - al meer dan € 50.000 duurder blijkt te zijn dan de 2 andere aannemers die niet werden weerhouden. 

 

Het bestek wordt opgemaakt uit een reeks posten waar een vermoedelijke hoeveelheid en een eenheidsprijs wordt voor opgegeven. Wat opvalt, is dat de posten waar uiteindelijk effectief een hoeveelheid materiaal voor nodig is aan een veel hogere eenheidsprijs worden aangerekend door de aannemer. En daar waar geen enkele hoeveelheid dient aangerekend te worden een veel lagere eenheidsprijs wordt gehanteerd dan de twee overige inschrijvers.

"Waarop baseert men zich voor de voorziene hoeveelheden? Worden de werken dan niet gepland? Behalve hoogdringende werken zoals opvullen van putten en andere ernstige schade aan de wegen weet men toch op voorhand welke werken er precies zullen uitgevoerd worden?" vraagt De Rom-Depreter zich af.

Bovendien dienen bij nazicht van de inschrijvingen de opgegeven prijzen post per post vergeleken te worden en moet er bij een groot prijsverschil (100% in meer of 50% in minder t.o.v. de raming) aan de aannemers een prijsverantwoording gevraagd worden van het waarom voor de abnormaal hoge of lage prijzen.

De Rom-Depreter stelt vast dat dit niet gebeurde. "Anders had men de grote prijsverschillen meteen opgemerkt en naar prijsverantwoordingen bij de aannemers gevraagd. De toewijs zou zeker anders zijn uitgevallen."

Na vorderingsstaat nr.7 – die in zitting van 16 februari 2010 door het Schepencollege werd goedgekeurd – zit de Stad al aan een bedrag dat exact € 53.460 duurder is dan wat het zou zijn geweest bij de duurste van de 2 aannemers die niet werden weerhouden. "Hoe is het mogelijk dat een offerte die gevoelig de laagste is van de drie, na de uitgevoerde werken zoveel duurder uitvalt? Daar kan een mens zich vragen bij stellen!"

Voor een bedrag van € 53.460 kunnen een pak meer werken worden uitgevoerd ten goede van de belastingbetaler.

Raadslid Andrée De Rom-Depreter vraagt dat op alle aanbestedingen in eerste instantie een interne controle wordt uitgevoerd ook over de voorgaande jaren. En indien er onregelmatigheden worden vastgesteld, dat de nodige maatregelen worden genomen.

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.