Masterplan 2008-2012 voor een gevangenisinfrastructuur in humane omstandigheden.
dinsdag 23 december 2008
Stand van zaken en bijkomende projecten tot 2016.
1. Inleiding
De regeringsverklaringen van 21 december 2007 en 20 maart 2008 van de federale regering vragen een actieplan voor de strafuitvoering en een versnelde aanpak van de overbevolking in de Belgische penitentiaire inrichtingen.
In uitvoering van het regeerakkoord heeft de Regering op 18 april 2008 het “Masterplan 2008-2012 voor een gevangenisinfrastructuur in humane omstandigheden” goedgekeurd.
Onmiddellijk na de goedkeuring van het plan werd gestart met de uitvoering.
Hierna volgt een stand van zaken en worden voorstellen gedaan met betrekking tot de nieuwe inrichtingen die het voorwerp uitmaken van de uitbreiding van het masterplan.
2. Probleemstelling
Het strafrechtelijk beleid in België staat als gevolg van de overbevolking zwaar onder druk. Daardoor komt een geloofwaardige strafuitvoering in moeilijkheden. Een geloofwaardige strafuitvoering betekent dat straffen die uitgesproken worden ook meteen op een correcte manier van toepassing zijn, dat er geen wachttijden zijn, geen periodes van straffeloosheid, en dat er een professionele opvolging is en dus controle op de uitvoering van de straf, dat er transparantie is voor dader en slachtoffer over de strafuitvoering.
De leefomstandigheden in de “overbevolkte” inrichtingen zijn onverantwoord, voor de gedetineerden én voor de personeelsleden die er werken. Het merendeel (20) van onze gevangenisgebouwen dateert nog van de 19de eeuw. Er zijn renovatie- en verbouwingswerken nodig.
Met het Masterplan wil de Minister een antwoord geven op deze uitdagingen, door een vermeerdering van de capaciteit en door renovatie en herstelling van de bestaande inrichtingen.
Bij de uitvoering van dit laatste luik van het Masterplan is vastgesteld dat in heel wat sterk verouderde inrichtingen de noden zodanig groot en talrijk zijn dat gedurende vele jaren herstellingswerken noodzakelijk zullen zijn.
Werken die enkele jaren geleden in Vorst en St-Gillis werden doorgevoerd, moeten vandaag al grotendeels worden heruitgevoerd. De cascade die nodig is om de grove renovaties door te voeren in de vleugels A en B in Vorst vergen werkzaamheden die ons tot in 2013 voeren.
Deze inrichtingen zijn bovendien vaak gelegen in woongebieden waar er geen ruimte is voor uitbreiding. En die uitbreiding is wel nodig om de vereiste detentieprogramma en –trajecten naar behoren te organiseren.
Gelijkaardige toestanden (gebrek aan ruimte, onmogelijkheid tot aanpassing) zijn gebleken bij het onderzoek van andere zeer oude instellingen zoals Antwerpen, Leuven, Merksplas en Namen.
In de grote agglomeraties is het bovendien onmogelijk om er een bijkomende inrichting van de vereiste omvang in te planten.
3. Plannen volgens categorie
• Renovatieprogramma voor het herstel van verloren capaciteit
• Uitbreiding van de capaciteit op de bestaande sites
• Nieuwe gevangenissen: reeds gekende locaties (4) en nieuwe locaties (3)
• Nieuwe gevangenissen in uitgebreid masterplan
4. Toelichting van de categorieën
4.1. Renovatieprogramma voor het herstel van verloren capaciteit
Schematisch
| Locatie | Project | Cellen | Timing |
| Sint-Gillis | Waterinsijpeling via douches | 18 | 03/2009 |
| Sint-Gillis | Lekkende dakgoten | 21 | 03/2009 |
| Sint-Gillis | Vleugel B niet beschikbaar | 102 | 07/2010 |
| Vorst | Lekkende dakgoten | 10 | 03/2009 |
| Doornik | Renovatiewerken | 90 | 06/2009 |
| Hoogstraten | Renovatiewerken | 15 | 06/2009 |
| Turnhout | Sectie geïnterneerden | 12 | uitgevoerd |
• De werkzaamheden voor het herstel van de douches, de lekkende dakgoten en de daarmee verloren celcapaciteit in Sint-Gillis en Vorst zijn volop bezig. Een groot gedeelte van de cellen zijn al terug in gebruik. Een laatste reeks cellen worden nu afgewerkt en zullen begin 2009 beschikbaar zijn.
• Ondertussen blijkt dat de douches in de vleugels C en D van de penitentiaire inrichting in Vorst in zodanige staat zijn dat daar ook dringende herstellingen moeten worden doorgevoerd. Een nieuwe planning wordt opgesteld.
• De sectie geïnterneerden in Turnhout is afgewerkt en in gebruik sinds mei 2008.
• De omvangrijke werken in Doornik (renovatie van 90 cellen) bereiken hun eindfase en zullen voltooid zijn tegen medio 2009.
• In Hoogstraten – waar in verscheidene fases van telkens 15 cellen een reeks van renovatiewerkzaamheden start – is de eerste fase nu in aanbesteding (werken klaar in de lente van 2009) en volgt daarna de tweede vastlegging in de herfst van 2009 (werken tegen februari 2010).
• Voor de heringebruikname van een volledige vleugel B in Sint-Gillis worden de studies nu beëindigd. De aanbesteding is voorzien voor 2009 en de werken zullen duren tot de lente van 2010. Daarmee zullen 102 cellen terug in gebruik genomen kunnen worden.
4.2. Uitbreiding van de capaciteit op de bestaande sites
Schematisch
| Locatie | Project | Cellen | Timing |
| Merksplas | Nieuwe blok snelbouw | 60 | 03/2009 |
| Sint-Gillis | tijdelijke overbrugging voor Vorst | 60 | wwordt niet uitgevoerd (vervanging door nieuwe inrichting |
| Everberg | uitbreiding 2 paviljoenen voor jeugd | 76 | 06/2012 |
| Turnhout | nieuwe sectie | 74 | 06/2010 |
| Leuven | recuperatie vleugen van administratie | 70 | 01/2011 |
| Hoogstraten | vervolg renovatie | 15 | 2009 |
| Tongeren | jeugdafdeling | 34 | 06/2009 |
| St.-Hubert | jeugdafdeling | 50 | 06/2009 |
• De werkzaamheden aan het nieuwe celblok in Merksplas, een uitbreiding met 60 cellen, zijn bijna klaar. Op dit moment wordt de buitenaanleg voorbereid. De ingebruikname is gepland in de lente van 2009.
• Een gelijkaardige uitbreiding in Turnhout voor 74 plaatsen wordt begin volgend jaar aanbesteed en zal klaar zijn tegen het 2de kwartaal van 2010.
• In 2010 zal de 2de fase van de reeks in Hoogstraten (15 cellen) klaar zijn.
• In Everberg zijn de werken gestart aan het poortgebouw en zijn de studies bezig voor de nieuwbouw. Die betekent een uitbreiding met 76 cellen, waardoor de totale capaciteit 126 zal belopen. .Het project moet klaar zijn tegen 2012. In de loop van 2009 zal de Franstalige afdeling van Everberg verhuizen naar Sint -Hubert. Everberg wordt dan een ten volle vlaamse inrichting.
• Een gelijkaardig scenario loopt in Leuven. Momenteel worden voorbereidingen getroffen om vleugel B opnieuw in richten als cellencomplex. Dit houdt een netto winst in van 70 eenheden . Op dit ogenblik wordt een oude directiewoning omgevormd. Die wordt het onderkomen van de administratie (die nu op de vleugel zit). De extra cellen zijn gepland tegen eind 2010.
• Bijkomend zullen in 2009 in Tongeren en in St-Hubert aanpassingswerken uitgevoerd worden zodat er jongeren terecht kunnen. In Tongeren gaat het om 34 plaatsen en in St-Hubert om 50 plaatsen. De werken duren tot medio 2009 en de ingebruikname volgt dan na de zomervakantie.
• Uit onderzoek van het renovatiedossier voor St-Gillis en Vorst is gebleken dat de omstandigheden ter plaatse en de randvoorwaarden niet toelaten om in St-Gillis al onmiddellijk een extra cellenblok (60 plaatsen) te plaatsen. De almaar toenemende overbevolking in de Brusselse inrichtingen verplicht ons af te zien van dit project.
4.3. Nieuwe gevangenissen
4.3.1. Reeds gekende locaties
Schematisch
| Locatie | Project | Cellen | Timing |
| Dendermonde | nieuwbouw | 444 | 2012 |
| FPC Antwerpen | nieuwbouw | 120 | 2012 |
| FPC Gent | nieuwbouw | 272 | 2012 |
| Achêne | nieuwbouw | 120 | 2012 |
• In Dendermonde is een nieuwe gevangenis van het type Ducpétiaux (klassieke gevangenis in stervorm) gepland met een capaciteit van 444 cellen. De locatie aan de wijk van het Oud Klooster is op dit ogenlik het voorwerp van een Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan (PRUP). Er loopt een procedure voor de Raad van State. Een werkgroep onder voorzitterschap van de Gouverneur onderzoekt het schorsingsarrest. Het PRUP zal worden aangepast, zodat we bij de concrete inplanting van het gebouw tegemoet kunnen komen aan de bezwaren geuit door de omwonenden.
• Voor het forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) in Gent heeft het studiebureau het voorontwerp ingediend. Het ontwerp zal in januari 2009 worden besteld. De inrichting zal plaats bieden aan 272 geïnterneerden. Ze zal voldoen aan alle vereisten voor een psychiatrisch ziekenhuis met bijzondere beveiliging.
• Het studiebureau voor het FPC Antwerpen (120 geïnterneerden) werd geselecteerd.
• De Regie der Gebouwen werkt aan een voorontwerp voor de jeugdinstelling (120 plaatsen) in Achêne.
4.3.2. Nieuwe locaties
Criteria voor de selectie van de sites.
Om in de openbare sector zoveel mogelijk vastgoed te valoriseren gebeurde, onmiddellijk na de beslissing van de Ministerraad, een rondvraag naar beschikbare en geschikte terreinen bij de provincie gouverneurs, de Minister van Defensie en bij de NMBS Onder het gezag van een task force met medewerkers van de FOD Justitie en van de Regie der Gebouwen screent een selectieteam alle terreinen screent volgens een aantal criteria.
De selectiecriteria zijn: prijs, stedenbouwkundige bestemming, afmetingen en vorm, oppervlakte, uitbreidbaarheid, ligging (penitentiair geografisch knelpunt, bereikbaarheid en mogelijkheid tot ontsluiting, veiligheidseisen, omgeving), terreingesteldheid ( hellend/vlak, begroeiing, bestaande constructies, af te breken/te behouden, aanwezigheid van wegenis: op of naast het terrein), bodemgesteldheid (vervuiling, draagkracht, waterhuishouding), bereikbaarheid (openbaar vervoer), nabijheid van gerechtsgebouw en politiediensten, parkeermogelijkheid.
Een zeer belangrijke categorie is de zogenaamde “knelpuntregio” waar de penitentiaire administratie geconfronteerd wordt met een structurele overbevolking. De regio’s die werden aangestipt als dé knelpuntregio’s zijn het Antwerpse, de Brusselse regio en de omgeving tussen Charleroi en Bergen. Om deze redenen werden dan ook terreinen die aan dit fenomeen een oplossing kunnen bieden, geselecteerd als valabele sites.
Schematisch
| Puurs | nieuwbouw | 300 | 2012 |
| Sambreville Moignelé | nieuwbouw | 300 | 2012 |
| Leuze-en-Hainaut | nieuwbouw | 300 | 2012 |
• Voor Vlaanderen werden verschillende terreinen onderzocht aan de hand van de selectiecriteria die de task force had vooropgesteld. Zoals aangegeven gold als referentiepunt de omgeving van Antwerpen. Een terrein in Puurs zal dienen als extensie voor Antwerpen, totdat er een vervangbouw is (zie infra).
• Voor Wallonië zijn eveneens verschillende terreinen onderzocht. Charleroi en Bergen zijn hier de knelpuntomgeving met overbevolking. Een terrein in Sambreville Moignelée, gelegen in de omgeving van Charleroi is geselecteerd.
• Op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hebben we geen enkele site gevonden die aan de vereisten van de selectiecriteria voldoet. De overheden konden geen enkel terrein voorstellen, dat binnen de vooropgestelde termijn beschikbaar zou zijn. Wel werd een langeretermijnmogelijkheid aangeboden op (zie hierna).
Om toch een oplossing te hebben voor de prangende overbevolking, hebben we voor een terrein in Leuze-en-Hainaut gekozen.
De twee inrichtingen, in Leuze en in Sambreville zullen in een overgangsfase (totdat de voorgestelde vervangbouw zal klaar zijn – zie infra) ook de problemen van Brussel moeten ondervangen.
4.4. Nieuwe gevangenissen in uitgebreid masterplan
Schematisch
| Locatie | Project | Cellen | Timing |
| Marche-en-Famenne | vervanging van Namen en Dinant | 300 | 2013 |
| Merksplas | vervanging van de oude paviljoenen | 440 | 2013 |
| Antwerpen | vervanging | 440 | 2016 |
| Brussel I | vervanging van Sint-Gillis, Vorst en Berkendael | 450 | 2016 |
| Brussel II | vervanging van Sint-Gillis, Vorst en Berkendael | 450 | 2016 |
| Brussel III | Assisenzaal | 160 | 2016 |
Om de capaciteit van de gevangenissen permanent op peil te houden, de veiligheid in de inrichtingen te garanderen en de toestand terug te laten voldoen aan de vereisten voor een humaan detentiebeleid, is er nu een inhaalprogramma voor renovatie, beveiliging en onderhoud. Het programma wordt versneld uitgevoerd. Recent werd België trouwens weer in gebreke gesteld naar aanleiding van de onduldbare toestand in zijn penitentiaire inrichtingen.
Op dit ogenblik loopt een bijzonder renovatieprogramma voor de inrichting in Hoogstraten waar werkzaamheden noodzakelijk zullen zijn tot in 2015. Enerzijds levert dit extra capaciteit op (zie supra), maar anderzijds gaat het ook om renovatie van vitale functies zoals de bakkerij en de keuken.
Bij de uitvoering van dit luik van het Masterplan is vastgesteld dat in heel wat sterk verouderde instellingen de noden zodanig groot en talrijk zijn dat gedurende vele jaren inspanningen noodzakelijk zullen zijn.
Daarom hebben we besloten tot een drastische ommekeer van de aanpak voor deze inrichtingen, willen we een daadwerkelijk toekomstgericht beleid voeren. We opteren dus voor nieuwbouw ter vervanging van de sterk verouderde inrichtingen.
Het is economisch ook onverantwoord te blijven investeren in deze inrichtingen met geen enkel perspectief op een resultaat dat beantwoordt aan de voorschriften en de vereisten die noodzakelijk zijn om een detentiebeleid te voeren dat de toets van de controleorganen op een humane detentie kan doorstaan.
De vervanging van deze verouderde gebouwen, vaak gelegen in de stadcentra, door een nieuwbouw aan de rand van de agglomeratie en/of op een beter toegankelijke plaats, heeft bovendien nog een aantal andere bijzondere voordelen. Niet alleen is het mogelijk tegemoet te komen aan de eisen van Justitie verwoord in de selectiecriteria, maar het biedt heel wat perspectieven met betrekking tot een herwaardering van het stedelijk beleid. Het biedt de betrokken stad de mogelijkheid om een modern en aangepast beleid te voeren inzake kernversterking, het realiseren van specifieke projecten voor huisvesting, kantoorbehoeften of kleinschalige handel of nijverheid.
Er dienen zich nu een aantal mogelijkheden aan die ons toelaten een antwoord te bieden op de terechte verwachtingen die zijn gesteld inzake een humane huisvesting voor de gedetineerden.
Uit de zoektocht naar terreinen en mogelijkheden zijn kansen en opportuniteiten naar boven gekomen die zich op korte en langere termijn stellen. Het is noodzakelijk nu de oriëntaties in deze te nemen.
De bouw van deze nieuwe inrichtingen zal ook besparingen opleveren op langere termijn. We zullen gebruik maken van moderne bouwtechnieken op ecologisch vlak (energiebesparingen, enz). Met het project voor Brussel zullen we ook nagaan in welke mate er door synergie tussen de inrichtingen besparingen kunnen worden gerealiseerd.
Daarom is beslist om 6 nieuwe inrichtingen te bouwen op 4 locaties ter vervanging van de verouderde gebouwen:
• St Gillis /Vorst/ Berkendael (vrouwen) worden Brussel I, Brussel II en Brussel III
• Dinant en Namen worden Marche-en Famenne.
• Antwerpen (Begijnenstraat) wordt vervangen door Antwerpen
• Merksplas (cellulair) wordt vervangen door een nieuw gebouw te Merksplas
Met de bouw van de nieuwe inrichtingen komen we maar juist toe om de huidige bevolking op te vangen, en realiseren we een klein overschot dat we zullen gebruiken om renovatiewerkzaamheden uit te voeren in de oude gebouwen.
Het feit dat we vandaag resoluut kiezen om deze oude inrichtingen te vervangen door vervangende nieuwbouw betekent geenszins dat we geen werkzaamheden meer zullen uitvoeren in deze gebouwen. We zullen wel de zaken anders aanpakken.
Het personeel heeft er terecht op gewezen dat het creëren van bijkomende capaciteit in deze oude inrichtingen, die al krap bemeten zijn qua oppervlakte en structureel kampen met overbevolking, de toestand onhoudbaar maakt. Ze hadden gevraagd om een aantal randvoorwaarden te garanderen alvorens tot uitbreiding van de capaciteit over te gaan. Na onderzoek van alle elementen is gebleken dat de werken ons zouden brengen tot minstens 2013 (en dan nog; zeer optimistische timing).
Daarom hebben we besloten om geen uitbreiding meer te verrichten in St-Gillis en Vorst.
We zullen nu een nieuwe planning opstellen en ons toeleggen op een aantal instandhouding- en herstellingswerkzaamheden die de periode tot 2015 moeten overbruggen.
Dit is nog een hele tijd en we kunnen de toestand niet onaangeroerd laten. Het zal gaan om ernstige werkzaamheden die ook voor deze periode nog de leef- en werkomstandigheden in deze inrichtingen moeten verbeteren.
Ook voor de andere inrichtingen (Merksplas, Namen en Dinant, Antwerpen) zal een nieuwe planning worden opgemaakt, rekening houdend met de oriëntatie die voor deze gebouwen is genomen.
5. Maatschappelijke impact gevangenissen
5.1. Impact voor de bevolking (gemeenten).
De inplanting van een strafinrichting heeft gevolgen voor de gemeente waar zo’n belangrijke infrastructuur wordt gerealiseerd. Het heeft vele voordelen: rechtstreekse tewerkstelling in de inrichting, onrechtstreekse tewerkstelling, impuls voor economische activiteit, … Het brengt ook enkele (beperkte) nadelen met zich mee: meer verkeersstromen, effect op de omgeving.
Voor de politiezones zijn er ook gevolgen: meer verkeerstromen, eventuele oproepen in geval van oproer, gevangenistransport, enz. In samenspraak met alle betrokken instanties (Binnenlandse Zaken, de Gouverneurs, de burgemeesters en de lokale politieoverheden) zullen we een actieplan uitwerken.
5.2. Tewerkstelling in de gevangenis zelf
Een gevangenis levert een rechtstreekse tewerkstelling op met een factor van minstens 1 op 1 per celcapaciteit. In de praktijk is het meestal wel hoger; er is ook het gegeven van deeltijdse arbeidsprestaties.
Een gevangenis brengt dus een niet onaanzienlijke tewerkstelling met zich mee. Het gaat bovendien om een permanente tewerkstelling: een nieuwe gevangenis zal er voor minstens 100 jaar staan.
5.3. Tewerkstelling in de aanverwante sectoren
Naast deze tewerkstelling in de organisatie zelf, heeft een gevangenis uiteraard een impact op de tewerkstelling in andere sectoren:
- lokale politie of veiligheidskorps (gedetineerdentransport).
- de organismen en organisaties die door de Gemeenschappen worden gesubsidieerd en die in het kader van de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden (Justitieel welzijnswerk, VDAB, onderwijsinstellingen, Justitiehuis, centra voor geestelijke gezondheidszorg enz.). Het gaat om tientallen voltijdse jobs.
- de contracten die betrekking hebben op de technische maintenance.
5.4. Globale tewerkstelling
De rechtstreekse tewerkstelling die een gevangenis met een capaciteit van 444 plaatsen met zich meebrengt bedraagt in totaal om en nabij 500 jobs.
5.5. Huisvesting in de regio
500 (in principe vaste) jobs in een regio heeft uiteraard ook een effect op de huisvesting in de regio.
We mogen ervan uitgaan dat minstens de helft van deze medewerkers zich met hun gezin permanent zullen vestigen in de regio.
Als we aannemen dat een gemiddeld gezin uit 3 personen bestaat, gaat het om ca 750 personen die er zullen bouwen, huren, wonen, consumeren, school gaan enz. De kan vertaald worden in een niet te onderschatten economische activiteit die dit met zich meebrengt.
5.6. Economische activiteit
De economische activiteit die een inrichting voor 444 gedetineerden (met wellicht een reële bezetting van 450 of meer) met zich brengt situeert zich op volgende domeinen:
- toelevering van goederen en producten voor de hotelfunctie van de gevangenis (voeding, kleding, wasserij, medische zorgen, medicijnen enz.)
- toelevering van producten en diensten voor het technisch onderhoud en de schoonmaak van het gebouw
- toelevering met het oog op de werking van de diverse diensten van de gevangenis
- toelevering van energie (elektriciteit, verwarming,…)
- tewerkstelling van gedetineerden (deels bedrijven uit de sociale economiesector): bedrijven leveren grondstoffen waarmee gedetineerden producten afwerken.
5.7. Gevolgen voor de omgeving
Vooreerst de opmerking dat in heel wat steden de gevangenissen zijn ingeplant in het centrum, midden bewoond gebied. In veel gevallen paalt de gevangenis aan drie zijden aan woningen.
In de praktijk worden zelden klachten gehoord van omwonenden:
- geluidsoverlast komt maar sporadisch voor (oudejaarsavond, muzikaal optreden op de wandeling enz.).
- zware politie-interventies komen slechts uiterst zelden voor: naar aanleiding van ontvluchting of collectieve calamiteiten.
- in de praktijk kan gesteld worden dat de gevangenis een rustige buur is voor de omwonenden
De buurt waar een nieuwe gevangenis zal komen moet uiteraard ook wennen aan het vooruitzicht op deze “nieuwkomer”.
Mocht het leven voor bewoners onaanvaardbare nadelen hebben, dan zouden alle woningen in de buurt van gevangenissen al lang leeg moeten staan. Er is ook geen verkrotting rond de gevangenissen. In sommige steden gaat het om studentenkoten (Gent vb.)
- De nabijheid van de instelling zou ook een grotere betrokkenheid met zich meebrengen (hoewel dit wellicht niet als voordeel gepercipieerd wordt)
- Personenverkeer:
o tijdens de dienstwissels om 6 uur, 14 uur en 22 uur
o tijdens de dag voor ambtelijke bezoekers (advocaten, deurwaarders,
- Gedetineerdentransport: op werkdagen, vooral in de voormiddag. Het gaat om gesloten celvoertuigen.
- Goederenverkeer: enkel op werkdagen tussen 7 uur en 16 uur.
5.8. Effect op het milieu- MER
Gevangenissen moeten een milieuvergunning hebben. Om deze te verkrijgen, dienen deze instellingen te voldoen aan alle normen die betrekking hebben op de bodem, de industriële activiteit in de werkplaatsen voor gedetineerden, het gebruik van machines, waterwinning, de ioniserende straling, afvalwaterzuivering, voedselbereiding, wasserij, opslag van schadelijke producten, enz.
Gevangenissen zijn per definitie weinig belastend voor het milieu. Gevangenissen zijn vergelijkbaar met ziekenhuizen en andere instellingen. Vanuit dit opzicht zijn ze te beschouwen als een woonsite, die weliswaar volledig is afgesloten van de omgeving. Iedere cel is niet meer milieubelastend dan vb. een studentenkamer.
5.9. Afstanden tussen gevangenis en rechtbank waarvoor gevangenis kan dienen
| gevangenissite | rechtbanksite | afstand in km / min(benadering routeplan) |
| Puurs | Antwerpen | 23 km / 24 min |
| Brussel | 33 km / 36 min | |
| Dendermonde | 17 km / 23 min | |
| Mechelen | 18 km / 27 min | |
| Leuze-en-Hainaut | Brussel | 55 km / 47 min |
| Mons | 38 km / 35 min | |
| Tournai | 18 km / 20 min | |
| Sambreville Moignelé | Charleroi | 13 km / 20 min |
| Mons | 55 km / 50 min |
6. Verschil federaal detentiecentrum en gevangenis
Er zijn uiteraard veel gelijkenissen tussen deze twee soorten van instellingen.
Er zijn echter ook verschillen:
- er komen in de detentiecentra minder bezoekers over de vloer.
- de activiteiten van externe organismen die onder de bevoegdheid vallen van de gemeenschappen zijn eveneens minder prominent aanwezig;
- de arbeid in werkplaatsen is eveneens onbestaande.




