Duurzaam vissen biedt ruimte voor de Vlaamse visserij
vrijdag 19 december 2008
De Europese ministers van Visserij hebben de vangstmogelijkheden voor het komende jaar vastgelegd. Dankzij grote inspanningen van onze vissers de voorbije jaren zijn een aantal voor Vlaanderen belangrijke visbestanden er heel wat beter aan toe, en Kris Peeters, Vlaams minister bevoegd voor visserij kon voor o.a tong, schol en kabeljauw in de Noordzee belangrijke verhogingen van de vangstmogelijkheden bekomen. Dankzij het duurzaam omgaan met visbestanden komt er ruimte voor hogere quota.
Op 12 november jl. maakte Europees Commissaris Joe Borg het voorstel bekend voor de vangstmogelijkheden en de technische maatregelen voor het volgende jaar. De Europese visserijraad heeft na intense onderhandelingen deze middag een akkoord bereikt aangaande de TAC 2009 voorstellen.
Op initiatief van Vlaams minister-president Kris Peeters, tevens Vlaams minister voor de zeevisserij, werden volgende tegemoetkomingen bekomen aan de voor de Vlaamse vloot meest fundamentele vragen:
I. Vangstmogelijkheden voor de Vlaamse vloot in 2009
De voorbije jaren werd hard gewerkt aan beheers– en herstelplannen om de biologische toestand van bepaalde visbestanden op een beperkte periode te herstellen en een verder duurzaam beheer van deze bestanden mogelijk te maken.
Voor de Vlaamse vloot is zo het beheersplan voor Tong & Schol in de Noordzee en het kabeljauwherstelplan van aanzienlijk belang.
Deze beheersplannen omhelzen ondermeer een wetenschappelijke berekeningswijze voor de vaststelling van de vangstmogelijkheden op basis van een aantal wetenschappelijke parameters zoals biomassa en visserijsterfte.
Voor de Vlaamse vloot resulteert de toepassing van deze plannen dit jaar in:
Tong in de Noordzee: TAC stijgt met 9%
Schol in de Noordzee: TAC stijgt met 13%
Kabeljauw in de Noordzee: TAC stijgt met 30%
Wat de overige bestanden betreft die belangrijk zijn voor onze vloot, gingen de voorstellen van de Commissaris uit van een quasi algemene vermindering van de vangstmogelijkheden voor de visbestanden die belangrijk zijn voor onze vloot.
Bij het bepalen van de prioriteiten heeft de minister-president zich in eerste instantie gebaseerd op het internationale wetenschappelijk advies dienaangaande en de inbreng van het Instituut voor Landbouw en Visserijonderzoek. Ook met de mening van de visserijsector heeft de Minister rekening gehouden.
De gekozen bestanden zijn hiervan het resultaat en kunnen vanuit duurzaamheidsoogpunt worden verdedigd.
Concreet bereikte de minister-president tijdens deze onderhandelingen volgende resultaten:
- Met betrekking tot de TAC van Tong in de Keltische Zee en het Kanaal van Bristol werd de vooropgestelde verlaging van -2,5% omgebogen in een toename met +3%.
- Met betrekking tot de TAC van Schol in het Engels kanaal, werd de vooropgestelde verlaging van -12,5% afgezwakt tot -8% op basis van wetenschappelijk advies. Gelet op het wetenschappelijke advies voor het Oostelijk deel van het Engels kanaal dat een status quo naar voren schoof en het feit dat het grootste deel van de TAC in dat gebied opgevist werd, zal dit resultaat de biologische duurzaamheid van het gehele bestand ten goede komen.
- Roggen: voor het eerst werden de vangstmogelijkheden voor de roggenbestanden in de Westelijke wateren vastgelegd. De roggen worden als bijvangst bij de platvisvisserij opgevist. Om de gerichte visserij op roggen te verhinderen, werd een maximumgrens aan de bijvangst van 25% per zeereis opgelegd. Minister-president Kris Peeters kon de Europese Commissie overtuigen dat deze beperking het terug overboord gooien van de roggen enkel zou stimuleren. Deze beperking werd dan ook geschrapt.
- Geassocieerde soorten: het initieel voorstel van de Commissie omhelsde een reductie van -10% voor alle geassocieerde bestanden, die in de Noordzee als bijvangst bij de platvisvisserij gevangen worden. Gelet op het belang van deze soorten en de evolutie van de TAC van schol, tong en kabeljauw in de Noordzee, ging de Commissie finaal akkoord met een status quo van de TAC.
II. Beperkingen naar “visserij-inspanning”
Vanaf dit jaar wordt de visserij-inspanning (beheer van het aantal dagen dat een vloot actief mag zijn in een bepaalde gebied) in de Noordzee, Skaggerak en het Oostelijk deel van het Engels kanaal gemeenschappelijk beheerd. Rekening houdend met het beheersplan voor de platvis in de Noordzee, werd door samenvoeging van deze gebieden, het aantal zeedagen voor de Vlaamse boomkorvloot gekort met 6% ten opzichte van de referentieperiode 2004-2006.
Ten gevolge van het nieuwe kabeljauwherstelplan dat eerder dit najaar werd goedgekeurd, dienen bepaalde vloten 25% van hun visserij-inspanning in 2009 in te leveren. Dankzij de erg lage bijvangstniveaus van kabeljauw door de Vlaamse boomkorvloot, moet deze in dit kader volgend jaar geen bijkomende inspanning inleveren.
“De wetenschappelijke adviezen tonen aan dat de introductie van lange termijn beheersplannen het herstel en duurzaam beheer van een aantal visbestanden die voor de Vlaamse vloot van belang zijn, duidelijk ten goede komt. Voor andere visbestanden zijn nog inspanningen noodzakelijk maar ze blijven binnen aanvaardbare proporties.
Samen met de start van de uitvoering van het Europees Vissersfonds, bieden de nieuwe quota in elk geval toekomstperspectieven voor een duurzame Vlaamse visserij,” aldus Kris Peeters .




