Co-ouderschap, vergeet niet je kind te registreren in het verblijfsregister

Sinds begin vorig jaar hebben gemeenten de mogelijkheid om een verblijfsregister voor kinderen van gescheiden ouders te openen. Uit onderzoek van CD&V-Kamerlid Sonja Becq en Vlaams Parlementslid Katrien Schryvers blijkt dat tot dusver 78 % van de Vlaamse gemeenten  – dat is bijna 8 op 10 – over zo’n verblijfsregister beschikken. “Op zich is dat een goede zaak, maar er is nog ruimte voor verbetering.”, aldus Sonja Becq.  “Het is namelijk zo dat het aantal inschrijvingen per gemeente relatief laag ligt. Dat betekent wellicht dat nog lang niet alle afzonderlijk wonende ouders voldoende geïnformeerd zijn over het bestaan en de voordelen van het verblijfsregister.”, klinkt het.

Een burger kan maar in één gemeente gedomicilieerd zijn. Dat kon bijvoorbeeld tot problemen leiden bij kinderen die vallen onder het (populaire) stelsel van co-ouderschap in het kader van een (echt)scheiding. “Heel wat gemeenten kennen bijvoorbeeld kortingen toe aan de eigen inwoners. Zo’n korting kan van toepassing zijn op sportactiviteiten, speelpleinwerking of andere ontspanningsmogelijkheden.”, legt Schryvers uit. Om dit probleem de wereld uit te helpen, werd in januari 2016 aan gemeenten de mogelijkheid gegeven om een verblijfsregister te openen. Een verblijfsregister geeft aan een ouder de kans om zijn/haar kind ook in de eigen gemeente  te registreren, zelfs al is het in de gemeente van de andere ouder gedomicilieerd. “Op die manier kan die ouder voor zijn of haar kind toch beroep doen op bepaalde gemeentelijke voordelen. Bovendien is de inschrijving in een verblijfsregister ook een vorm van erkenning voor de co-ouder die zijn kind niet bij zich thuis gedomicilieerd heeft staan, maar het wel opvangt en opvoedt.”, aldus Sonja Becq. Beide CD&V-politica’s benadrukken dat het verblijfsregister geen andere fiscale of sociale rechten opent.

Een jaar na de lancering besloten de twee pleitbezorgers  om cijfers op te vragen. Ze voerden ook een bevraging uit in de provincie waarin ze zelf wonen, respectievelijk Vlaams-Brabant en Antwerpen. Uit het globale onderzoek blijkt dat 78 % van de Vlaamse gemeenten (239 op 308) reeds gebruik maakt van een verblijfsregister. In Wallonië is dit nog maar 60 % (156 op 262). In Brussel kozen alle 19 gemeenten ervoor om een verblijfsregister aan te maken. Verder zijn er in België in totaal zo’n 2.038 kinderen geregistreerd in het verblijfsregister van een gemeente. Becq en Schryvers lichten toe: “Eén jaar na de invoering kunnen we spreken van een succes. Bijna acht op tien Vlaamse steden en gemeenten maken gebruik van het verblijfsregister. In de provincie Vlaams-Brabant gaat het  om 83 % van de gemeenten, in Antwerpen loopt dat op tot 92 %. Het is nu zaak om die laatste lokale besturen over de streep te trekken. Toch moeten we vaststellen dat het aantal geregistreerde kinderen per gemeente nog relatief laag ligt. Het aantal inschrijvingen in Vlaams-Brabant ligt op 5,57 gemiddeld. In Antwerpen is dat 7,49. Het globale gemiddelde over heel Vlaanderen ligt rond de vijf kinderen per gemeente. Het is dus veilig te stellen dat het potentieel van zo’n register nog niet ten volle is benut. Wellicht zijn heel wat co-ouders nog niet op de hoogte van het bestaan van een verblijfsregister in hun gemeente.”.