Direct naar de inhoud

Er is (bijna) voldoende kinderopvang in Vlaanderen

Opinie

maandag 4 januari 2010

Er is de voorbije jaren veel veranderd in het kinderopvanglandschap. De focus lag op uitbreiding, dewelke zeker nodig was. Daardoor riskeren we echter de kwaliteit en de betaalbaarheid van de opvang en de ouder-kind-relatie uit het oog te verliezen.

In september 2009 werden er 80.497 kindjes opgevangen in door de Vlaamse overheid erkende kinderopvanginitiatieven. De opvang is momenteel als volgt verdeeld: 31.258 plaatsen bij 7.249 onthaalouders die aangesloten zijn bij een dienst voor onthaalouders, 16.085 gesubsidieerde kinderdagverblijven, 25.878 plaatsen in zelfstandige kinderdagverblijven en 7.276 plaatsen bij zelfstandige onthaalouders met een attest van toezicht.

Met deze gekende initiatieven haalt Vlaanderen vlot de Barcelona-norm (33 plaatsen per 100 kinderen onder de 2,5 jaar). Daarmee doen we beter dan zeer veel Europese landen. Er zijn echter nog plaatsen in Vlaanderen waar we de norm niet halen. Als we deze in alle regio’s willen halen, dan is de huidige raming dat er deze legislatuur nog eens 11.000 plaatsen moeten bijkomen (vooral in de steden). Ook na 2014 moeten we ervoor zorgen dat we de norm behouden. Dit kan door het invoeren van een nataliteitbonus zoals die ook bestaat in het onderwijs: een koppeling van het aanbod kinderopvang aan de schommelingen van de nataliteit.

Naast de formele opvang worden nog zeer veel kindjes opgevangen door de ouders zelf of door de grootouders of door familieleden en vrienden. We stellen reeds jaren vast dat dit aandeel jaarlijks daalt.
Er is nog een kleine rest van enkel gemelde opvang. Bij het nieuwe decreet zal deze sowieso niet meer bestaan.

Dat er een nieuw decretaal kader moet komen voor de kinderopvang weet iedereen die de sector volgt. Zo’n decreet is noodzakelijk om maatschappelijke en juridische redenen, maar ook om organisatorische en budgettaire redenen. De enorme verschillen tussen wat Vlaanderen bijdraagt aan een erkende/gesubsidieerde plaats (ongeveer 10.000 per jaar), de inkomensgebonden plaatsen in zelfstandige initiatieven (ongeveer 3400euro per jaar) en een niet-inkomensgebonden plaats in een mini-crêche (ongeveer 640 euro per jaar) is niet te verantwoorden. Ook de verschillen in regelgeving zijn niet logisch. Het nieuwe decreet moet een duidelijk kader creëren dat dezelfde kwaliteitseisen oplegt aan alle initiatieven. Het decreet moet bovendien een vertaling zijn van onze toekomstvisie op kinderopvang.

Nu we voor Vlaanderen de Barcelona-norm hebben behaald, is het tijd voor een reflectie en een aangepaste regelgeving.

Ik ben er alvast van overtuigd dat Vlaanderen de volgende jaren meer moet inzetten op professionalisering van de opvanginitiatieven, een duidelijk vergunningensysteem, dat we ouders nog meer moeten aanmoedigen om ook zelf een deel van de opvang van kinderen onder de 2,5 jaar op te nemen en dat we de Vlaamse bijdrage voor kinderopvang zullen moeten herbekijken.

1. Competentieversterking van de opvanginitiatieven

Kinderopvang van goede kwaliteit bevordert de ontwikkeling van kinderen. De competenties van de kinderbegeleiders en hun pedagogische omkadering is één van de belangrijkste factoren voor kwaliteit van de opvang. Hier moeten we meer aandacht voor hebben.
Immers, we stellen vast dat in tegenstelling tot het onderwijs in het grootste deel (80%) van de kinderopvang geen diplomavereisten gevraagd worden. Dit betekent echter niet dat er maar in 20% van de kinderopvang deskundigheid is. Een belangrijke troef van de Vlaamse kinderopvang is onze sterk in buurten geïntegreerde gezinsopvang via de diensten voor onthaalouders. Wanneer we een beleid voeren dat aandacht heeft voor competenties dan komt het er in de eerste plaats op aan om de reeds aanwezige competenties zichtbaar te maken. Op deze manier kunnen we ze ook gaan ondersteunen, gaan versterken. Het uitbouwen van kwalitatieve ondersteuningstrajecten voor onthaalouders en kindbegeleiders op de werkvloer, installeren van inter- en supervisiemogelijkheden, faciliteren van vormingsmogelijkheden (op maat) moet een peiler worden van het toekomstige beleid. Het EVC-beleid kan zeker binnen de kinderopvang veel sterker uitgewerkt worden.

In een proces van schaalvergroting en kwalitatieve ontwikkeling van de kinderopvang is er zeker nood aan een bacheloropleiding kinderopvang. Daarnaast is er nood aan een beleid dat zorgt voor een gedifferentieerd aanbod van opleidingen voor ieder die in de kinderopvang werkt.

Een investering in competentieversterking is nodig, ook om ervoor te zorgen dat we voor het ruime aanbod aan kinderopvang het nodige personeel blijven vinden.
Idealiter zou er met verschillende niveaus moeten gewerkt worden zodat er een kinderopvang gecreëerd wordt die een economische, sociale en pedagogische functie opneemt.

Als we op basis van de ervaringen van de CKO-projecten kunnen evolueren naar samenwerkingsverbanden en schaalvergroting dan zijn volgende functies mogelijk en budgettair haalbaar:
Een kindbegeleider, een verzamelnaam en bijhorend statuut voor onthaalouder, begeleider kinderopvang, begeleider buitenschoolse kinderopvang en begeleider aan huis. Hij/zij zorgt voor de dagelijkse taken in de opvang van de kinderen en het creëren van een goede pedagogische omgeving, het overleg met ouders, enzovoort.
Een opvoeder werkt samen met de kinderen en samen met de kinderbegeleiders en heeft bijkomende vaardigheden. De opvoeder zorgt voor de implementatie van het pedagogische beleid in de concrete werking door het samenwerken met en door model te zijn voor de begeleiders. De opvoeder is een coach van de begeleiders in opleiding. Een leidinggevende in kinderopvang combineert pedagogisch en administratief management. Een coördinator kinderopvang gaat in op nieuwe uitdagingen zoals flexibiliteit, toegankelijkheid, diversiteit en inclusie. Een coördinator bouwt brede netwerken uit.

Daar slechts een kleine minderheid van de onthaalouders een vooropleiding genoot die affiniteit heeft met kinderopvang, is het van cruciaal belang dat een gerichte opleiding combineerbaar is met hun werk en dat we rekening houden met hun ‘(elders) verworven competenties’.

2. Kwalitatieve kinderopvang voor elk kind

We moeten evolueren naar een systeem waarbij we garanderen dat de kinderopvang voor elk kind kwaliteitsvol is. Een eerste stap hierbij is het uitwerken van gelijke vergunningsvoorwaarden voor gelijkaardige opvanginitiatieven. In de praktijk betekent dit dat er eigen voorwaarden komen voor de gezinsopvang en eigen voorwaarden voor de groepsopvang.

Dit betekent dat er in Vlaanderen alleen nog kinderopvang kan zijn die vergund is. De vandaag enkel gemelde opvang kan dus niet meer bestaan. Het betekent ook dat wie zijn vergunning verliest, niet meer aan kinderopvang mag doen. We moeten dus af van het ‘attest van toezicht’. Het is immers niet logisch dat wanneer K&G oordeelt dat een onthaalmoeder niet voldoet aan de voorwaarden, men toch verder kindjes opvangt met een dergelijk attest.

Specifiek voor de gezinsopvang moeten we naar één norm gaan die bepaald hoeveel kinderen een onthaalmoeder mag opvangen. Het huidige verschillend aantal kindjes dat mag opgevangen worden door een zelfstandige onthaalmoeder (max 7) of één die is aangesloten bij een erkende dienst (max 8) is niet logisch.

Via het kaderdecreet moeten we duidelijkheid creëren voor alle initiatiefnemers en ouders.

De garantie op een kwalitatieve professionele opvang mag niet tot gevolg hebben dat ouders en grootouders zouden twijfelen om zelf instaan voor de opvang.

3. Ouders moeten de kans krijgen om ook zelf te zorgen voor hun jonge kind.

Hoe goed de kinderopvang ook geregeld en georganiseerd is, we mogen ook de nest warmte van het gezin niet uit het oog verliezen. Ook voor de verdere relatie tussen ouders en kinderen zijn de eerste levensjaren van een kind belangrijk. Bovendien geven ouders aan dat ze, zeker gedurende de eerste maanden, graag zelf voor de kinderen willen zorgen.

Daarom is het belangrijk dat we ouders (moeders EN vaders) de kans geven om gedurende een aantal maanden te zorgen voor hun kindje. Dat kan vandaag al via het ouderschapsverlof, maar dit wordt door veel te weinig ouders opgenomen. Vaak is dit omdat het budgettair niet haalbaar is voor het gezin of omdat de werkgever er niet achter staat. Dat laatste is bijvoorbeeld in Denemarken al lang niet meer het geval, daar is het vaak de werkgever die als eerste vraagt wanneer de vader zijn ouderschapsverlof gaat opnemen.

In het belang van het kind, en dus in het belang van de maatschappij, moeten we zoeken naar manieren om meer ouders aan te moedigen om hun ouderschapsverlof op te nemen. Dat kan door er een correcte vergoeding tegenover te zetten (bijvoorbeeld door de Vlaamse aanmoedigingspremie te verhogen), door de periode lang genoeg te maken (drie maanden is te kort), door het zwangerschapsverlof te verlengen (in Belgie is dit zowat het kortste van heel Europa), en door het maatschappelijk draagvlak te verhogen.

Vlaanderen heeft vandaag niet alle instrumenten in handen om een dergelijk beleid te voeren. De instrumenten die ze wel heeft, moet ze maximaal gebruiken om deze doelstelling te bereiken. Bijvoorbeeld kan Vlaanderen ouders die beiden een deel van hun ouderschapsverlof opnemen om te zorgen voor hun jonge kinderen, voorrang geven in de door haar gesubsidieerde opvanginitiatieven. Ook kan Vlaanderen ouders die tijdelijk uit de arbeidsmarkt stappen om te zorgen voor de kinderen beter begeleiden wanneer zij terug willen gaan werken.

Een ander aandachtspunt is de occasionele en flexibele kinderopvang. Ik meen dat de occasionele opvang inderdaad heel belangrijk is om bvb. ouders de mogelijkheid te geven een opleiding te volgen.
De flexibele opvang biedt ouders de mogelijkheid om buiten de, al zeer ruime, openingsuren van de traditionele kinderopvang, toch hun kind naar een opvang te brengen. Hierbij komen we al makkelijker bij het debat van de ‘grenzen’ van de kinderopvang, zeker dan vanuit de noden van een kind. Recent onderzoek (Steunpunt WVG in opdracht van minister Vandeurzen rond het gebruik van de kinderopvang) maakt duidelijk dat ouders voor deze flexibele opvang veel meer een beroep doen op hun informele netwerk. Bvb. de grootouders komen hier veel meer aan bod, ondanks het feit dat de globale inzet van de grootouders (de zgn informele kinderopvang) afneemt.
Vlaanderen kan ook hier gaan zoeken welke maatregelen ondersteunend kunnen zijn om grootouders hierin te ondersteunen…

4. Wat mag kinderopvang kosten?

Vandaag zijn er enorme verschillen in wat ouders ‘mogen’ betalen voor opvang van hun kindje (zie inleiding).

Indien we via het nieuwe decreet dezelfde verplichtingen opleggen aan gelijkaardige opvanginitiatieven, dan zijn de grote verschillen in subsidiëring niet te verantwoorden. We moeten dus ook het huidige subsidiesysteem onder de loep durven nemen en op termijn evolueren naar een gelijke subsidiering. Belangrijk is dat we de opvang betaalbaar houden, ook voor zij die het niet breed hebben.

Een mogelijke piste is het Nederlandse systeem. Daar wordt de kinderopvang voor één derde betaald door de overheid, één derde door de bedrijven (die er alle belang bij hebben dat de ouders zorgeloos komen werken) en één derde door de ouders. De bijdrage van de ouders kan uiteraard afhankelijk gemaakt worden van hun inkomen.
Dit systeem valt zeker te rijmen met de algemeen aanvaarde maatschappelijke functies van de kinderopvang. Elk van die functies wordt dan gefinancierd door één van de drie betrokken partijen: de economische functie door de werkgevers, de pedagogische door de ouders (zij zijn immers te allen tijde verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen) en de sociale door de overheid.

Conclusie: er is vandaag bijna voldoende kinderopvang in Vlaanderen. Via de nataliteitbonus moeten we er voor zorgen dat we de Barcelona-norm behouden. De volgende jaren moeten we vooral inzetten op de omkadering, op de betaalbaarheid en op de kansen die ouders moeten krijgen om zelf voor hun kroost te zorgen.

Labels: Tom Dehaene Gezin Opinie

Reacties (6)

Anne Marie Couwberghs Donderdag 21 januari 2010, 16:30 Meld misbruik

Er is niet voldoende kinderopvang in Vlaanderen, nu niet en voor de toekomst valt dit nog af te wachten.

  1. Competentieversterking

Daar zit ik al even op te wechten als onthaalouder. De mogelijkheid om én kindjes te blijven opvangen én mij verder bekwamen. Dus werk maar verder uit die onthaalouderacademie, volwassenenonderwijs, EVC enz.

  1. Kwalitatieve opvang

Ja, dat is logische he. Opvoeden begint niet pas vanaf 2,5 jaar en onderwijs is toch ook geen vrijwlligerswerk.

  1. Ouders zelf zorgen voor hun kind

Maar ik dacht dat die moesten gaan werken met 2 tot hun 67 jaar, zodat hun kindjes ook nog kunnen genieten van een pensioen.

  1. Wat mag dat kosten ?

Niks aan de ouders of werkgevers. Die betalen toch ook niet voor het onderwijs vanaf 2,5 jaar.

Conclusie :

Wat lectuur doornemen over de kinderopvang is ook aan te raden. Over 150 jaar kinderopvang in Vlaanderen en over de versnippering van die kinderopvang. Dat om te voorkomen dat met met oude smoesjes af komt om de gezinsopvang niet te geven waar ze recht op heeft. De onthaalouders willen zich best verder bekwamen en hebben al veel praktijkervaring. De ouders mogen rekenen op die praktijkervaring en zijn niet de enige of hoofdzakelijke verantwoordelijke voor de opvoeding van hun kind. De maatschappij is verantwoordelijke voor wat er misloopt en dat zijn we allemaal.

pascale maerivoet Dinsdag 19 januari 2010, 22:03 Meld misbruik

Geachte Heer Dehaene,

Ik vind het fijn dat u bekommerd bent over de kwaliteit in de kinderopvang in Vlaanderen. U mag gerust stellen dat de Vlaamse Overheid niet alleen riskeert van de kwaliteit uit het oog te verliezen, maar deze al bezig is te verliezen. Het lappendeken aan initiatieven, de wildgroei, al jaren geleden waarschuwde Jan Peters dat de kinderopvang in Vlaanderen “een reus op lemen voeten is”.

Er is bijna voldoende opvang zegt U? U hanteert daarvoor de Barcelona norm. Nog niet lang geleden hoorde ik toch ook in uw partij dat de tewerkstellingsgraad van vrouwen omhoog moet? Dan komt U er bijlange niet met het halen van de Barcelona norm.

Dat decreet moet er zeker komen. En het moet de visie vertalen van de overheid op de kinderopvang in Vlaanderen. Bent u vandaag niet bezig met eerst een decreet te ontwikkelen en dan een visie uit te denken? Waar wil Vlaanderen de accenten leggen? Voor mij is dat anders wél duidelijk. Kinderopvang moet een recht zijn van het kind. En van daaruit zijn heel wat zaken evident : alle kinderen moeten vertrekken met dezelfde kansen, dus biedt de opvang overal dezelfde kwaliteit, is die opvang voor elke kind toegankelijk en is die opvang betaalbaar voor elke ouder.

Ik ben het volledig eens dat je moet werken aan de competenties van het personeel dat werkt in de kinderopvang. Maar mijnheer Dehaene, en dit hebben een aantal rapporten al duidelijk aangetoond : één van de elementen om kwalitatieve opvang aan te bieden is de tevredenheid van het personeel dat in die sector werkt. En vandaag is er duidelijk iets mis met de statuten en de lonen in de kinderopvang. Om maar te zwijgen van de mensen die nog niet eens een volwaardig statuut hebben.

Een onthaalouder aangesloten bij een dienst mag helemaal geen 8 kinderen opvangen. Een onthaalouder aangesloten bij een dienst mag 4 voltijdsen opvangen gerekend over een heel kwartaal, waarbij er max 8 kindjes tegelijk mogen aanwezig zijn. Wereldwijd streven overheden naar een norm van 4. Dit biedt deze jonge kinderen de geborgenheid en de veiligheid die zijn nodig hebben om uit te groeien tot jong volwassenen die met beide voeten in het leven staan. Lange-termijn denken heet dat. Je zorgt dat deze mensen later uw economie kunnen dragen. Of wil u eerst nog wat meer jongeren in de jeugdpsychiatrie?

U gaat grootouders ondersteunen? Nog maar eens een afzonderlijk segment middelen? Net wanneer duidelijk wordt dat alsmaar jongeren later kinderen willen en dat maw de grootouders niet langer in staat zijn om die zorg op te nemen, zelfs niet occasioneel. Ofwel zijn de grootouders nog zelf aan het werk, want dat is ook een tendens, alsmaar langer werken.

Wat mag kinderopvang kosten? Ik denk dat niemand bezwaar heeft dat zijn belastinggeld wordt gebruikt om een goede kinderopvang uit te bouwen. U moet met die last niet naar de ouders, of naar ondernemers of naar de werkgever. U moet als overheid hierin zelf investeren.

Ik hoop dat vooraleer er een decreet kinderopvang komt iedereen zich goed realiseert dat we hiermee een lijn uitzetten voor vele jaren.

Met vriendelijke groet,

Maerivoet Pascale

Simone WEYTEN Zondag 10 januari 2010, 19:09 Meld misbruik

Beste Heer Dehaene,

Vooreerst dank voor uw belangstelling voor de situatie van zelfstandige kinderopvang. Samen met mijn pleegdochter en collega startten we in oktober 2009 de creche "Sprookjesland " Pierstraat 303 te Kontich. Zopas gaf de inspectie van Kind & Gezin bevestiging van erkenning voor max. 21 kinderen(mits enkele kleine materiele aanpassingen) waarvoor een subsidie wordt verleend van 543euro /jaar / plaats. In uw artikel maakt U melding van een vergoeding van 640 euro. De extra 107 euro is echter enkel van toepassing indien er kinderopvang is vóór 6.30 h en na 18.30 h en weekendopvang bovenop de voorziene 220 openingsdagen. Deze voorwaarden zijn voor ons niet haalbaar. Mijn dochter en collega draaien nu reeds werkdagen van 12 h en daarvoor kunnen ze zich slechts een maandloon van +/-1100 euro verzekeren. Terwijl ik volledig op vrijwillige basis werk. Zoals U zelf kan afleiden is een subsidieverhoging zeker redelijk en Dringend!!!!! Goede wil, geduld en liefdevolle opvang van de kindjes en waardering van de ouders zullen niet blijven volstaan. Mag ik U beleefd om een antwoord verzoeken? In afwachting, alvast dank. Hoogachtend Simone Weyten

Lieve Redant Donderdag 7 januari 2010, 00:00 Meld misbruik

Geachte,

De titel van uw opiniestuk vond ik toch bijzonder ongelukkig. Volgens mij zijn er nog steeds grote tekorten aan plaatsen in de kinderopvang en ziet de nabije toekomst er helemaal niet rooskleurig uit. We moeten ons niet vergelijken met de Barcelona-norm van 33 plaatsen per 100 kinderen want Vlaanderen heeft een hoge tewerkstellingsgraad bij vrouwen dus moeten er ook meer dan 33 per 100 kinderen opgevangen kunnen worden. Volledig akkoord dat we moeten streven naar kwalitatieve opvang maar zelfs nu in 2010 kan een aangesloten onthaalouder (verpleegster, kleuterjuf, opvoedster....) die dus geschoold is en nog bijscholing volgt bij de dienst en die meer dan 10 uur per dag zorgt voor 4 voltijds ingeschreven kinderen geen volwaardig loon en bijhorende sociale rechten opbouwen. Men heeft wel de eisen en verwachtingen aangepast aan hedendaagse normen maar niet de verloning en het statuut. Zo haken er maandelijks waardevolle opvangouders af. Een gelijkschakeling van normen in de sector is goed maar dan ook een gelijkschakeling naar statuut. Over de bacheloropleiding kinderopvang wil ik ook nog wel iets kwijt. Ik informeerde in Antwerpen voor een dergelijke opleiding maar ze bleek heel duur en eigenlijk maar te leiden tot een getuigschrift en niet tot een diploma. Met de verworven competenties liep het helemaal mis, met een A1 diploma is men niet welkom want men mikt in o;a. de buitenschoolse kinderopvang op laaggeschoolden enkel voor die mensen krijgt men subsidies en zo stoot ik regelmatig op onlogische zaken. Men wil kwaliteit in de kinderopvang maar men wil er niet voor betalen of in investeren dus laat men beetje bij beetje de sector over aan de zelfstandigen die het trouwens ook helemaal niet gemakkelijk hebben om de overleven in hun droomjob. En als een kind naar de kleuterschool gaat en naar de nabewaking tellen dan weer heel andere normen, daar is nog heel wat gemelde opvang.... Besluit : er is nog veel werk voor we kunnen spreken van voldoende en goede kinderopvang.

patrick Woensdag 6 januari 2010, 21:53 Meld misbruik

Beste Mijnh. Dehaene, Wij zijn niet volledig akkoord met het gene dat je schrijft. Na mijn ontslag in 2008 heb ik besloten om de opvang van mijn vrouw (die via een dienst werkt) verder uit te bouwen naar een duo, maar naar eind 2009 hebben we te horen moeten krijgen dat we een hele boel aanpassingen moeten doen wegens brandveiligheid wanneer we verder willen werken als een duo(wat financiel NIET mogelijk is)!!!! Dat de politiek eindelijk eens aan ons denkt dit jaar en ons statuut toe kent zodat ook WIJ terug een vast inkomen hebben, want nu hangen we af wanneer de ouders opvang wensen of niet. Mijnh. Van Deurzen heeft ook een mooi voorstel om de zorgsector uit te breiden, maar als de verzorgden geen plaats hebebn om hun kinderen in opvang te laten kunnen ze ook niet gaan werken waardoor het probleem blijft als er geen opvangplaatsen zijn. Geen opvangplaatsen= geen draaien economie! Want tegenwoordig zijn er meer onthaalouders die stoppen dan starter! Vriendelijke groeten onthaalouders patje en moeke

Thyssen Ignace Woensdag 6 januari 2010, 18:08 Meld misbruik

Een zelfstandige onthaalouder mag 7 kindjes tegelijkertijd opvangen. Een onthaalouder bij een dienst mag er 4 opvangen, dit kunnen uiteraard 8 kindjes zijn die één halve dag per etmaal komen. De verdiensten zijn uiteraard wel verschillend. Ik denk Mr Dehaene dat ik dit rekensommetje voor U niet moet maken, daar heb je wellicht mensen voor op je dienst. Je zal dan waarschijnlijk niet verbaasd zijn dat wij toch ijverenvoor het reeds lang beloofde statuut. Mochten alle onthaalouders aan één zéél trekken dan had dit statuut er voor iedereen al geweest, en zou de verdere bekwaming vanzelf véél gemakkelijker volgen en aanvaard worden.

Reageer

De inhoud van dit veld is privé en zal niet publiekelijk getoond worden.

Thema's

Foto's

Klik om te vergroten

© CD&V  —  Wetstraat 89, 1040 Brussel  —  tel: 02 238 38 11  —  info@cdenv.be