Bevolkingsexplosie plaatst Nederlandstalig onderwijs in Brussel voor cruciale keuzes
Opinie
dinsdag 26 januari 2010
De snelle bevolkingstoename in grote steden als Brussel, Antwerpen en Gent, en de gevolgen hiervan voor het onderwijs, krijgt de laatste dagen steeds meer aandacht in de pers (o.a. in DS 22/1/2010). Zo zouden er tegen 2015 in het onderwijs in Brussel tot 15.000 extra plaatsen nodig zijn.
Het capaciteitsvraagstuk is inderdaad één van de vier grote uitdagingen waar het Nederlandstalig onderwijs in Brussel voor staat, naast een steeds nijpender tekort aan leerkrachten, de massale aanwezigheid van anderstalige leerlingen, wat bij heel wat ouders vragen over de kwaliteit van het onderwijs doet rijzen, en het inschrijvingsbeleid (met hieraan gekoppeld de moeilijkheden die voortspruiten uit het elektronisch inschrijfsysteem).
Deze vier uitdagingen (en mogelijke oplossingen) spelen bovendien op elkaar in. Een gerichte uitbreiding van de capaciteit lijkt inderdaad aangewezen, maar gaan er voldoende leerkrachten zijn om in de nieuwe scholen les te geven ? En wat met de verdere verwatering van het aantal Nederlandstalige kinderen in de Brusselse scholen ?
CD&V is duidelijk : samen met een gerichte capaciteitsuitbreiding dient werk gemaakt van een herziening van het GOK-decreet (Gelijke Onderwijskansendecreet), waarbij de voorrang voor Nederlandstalige kinderen in de Brusselse scholen eindelijk echt gestalte krijgt.
Slachtoffer van eigen succes ?
De Nederlandstalige scholen in Brussel kenden de laatste decennia een merkwaardige evolutie. Ze verloren duizenden leerlingen in de jaren ’70 en begin jaren ’80. De vrees om op grote schaal scholen te moeten sluiten, nam toe. Er volgde een grootscheepse én succesvolle promotiecampagne. Zo groeide het aantal kleutertjes in deze scholen in minder dan 30 jaar van ongeveer 4000 naar bijna 12000 vandaag.
Deze ontwikkeling brengt echter ook ontegensprekelijk groeipijnen en uitdagingen met zich mee. .
Wat met de kwaliteit van het onderwijs in Brussel ?
Zowel de Minister van Onderwijs als VOKA vrezen voor de kwaliteit van het onderwijs in Brussel omwille van het steeds dalende aantal “homogeen” Nederlandstalige kinderen. Op dit ogenblik komen slechts 9,5% van de kleuters en 11,8% van de leerlingen in het lager onderwijs in Brussel uit Nederlandstalige gezinnen. 30 jaar geleden was dat nog 86%.
De verklaring hiervoor ligt in een daling van het aantal Nederlandstaligen dat in Brussel woont, een daling van het aantal leerlingen uit de Vlaamse rand (-46% in 7 jaar) én een stijging van het aantal kinderen uit Brussel dat les volgt in de Vlaamse rand (+ 22% in 7 jaar).
Vele ouders twijfelen door deze evolutie aan de onderwijskwaliteit. Vooralsnog is daar geen reden toe, maar alertheid en waakzaamheid zijn geboden. Onlangs werd in dit verband overigens een eerste, interessante maatregel ingevoerd : zesjarigen kunnen pas starten in het eerste leerjaar wanneer ze minstens één jaar Nederlandstalig kleuteronderwijs gevolgd hebben of slagen in een taaltoets.
Scholen bijbouwen mits…
De Nederlandstalige scholen in Brussel zitten vol. De Vlaamse gemeenschap organiseert onderwijs voor 20% van de kinderen in Brussel. Daarmee neemt Vlaanderen ruim haar verantwoordelijkheid op. Bovendien staat Brussel voor een ware “kinder-explosie” : tegen 2050 zal de stad 50% meer kinderen tellen dan vandaag. Als de Vlaamse gemeenschap haar huidige aandeel in het Brusselse onderwijs wil aanhouden, dan moet zij tussen 2010 en 2020 drieduizend extra plaatsen in het basisonderwijs creëren.
Maar een dergelijke capaciteitsuitbreiding kan voor ons niet zonder een wijziging van het inschrijvingsbeleid, waarbij meer aandacht besteed wordt aan Nederlandstalige kinderen.
Voor alle duidelijkheid: natuurlijk zijn en blijven anderstalige kinderen van harte welkom in onze scholen. De decennialange onderwijstraditie in Brussel van openheid en gastvrijheid moet verdergezet worden. Maar ook kinderen die thuis in een andere taal opgroeien, hebben er alle belang bij dat ze de schoolbanken kunnen delen met een paar Nederlandstalige klasgenootjes…
… het inschrijvingsbeleid wordt verstrakt
Het inschrijvingsbeleid van de scholen wordt geregeld door het GOK-decreet, met als basisprincipe: eerst komt, eerst maalt. Het inschrijvingsbeleid werd door dit paarse decreet helemaal uit de handen van de scholen genomen.
Voor Brussel werden in het kader van het GOK-decreet specifieke voorrangsregels voor Nederlandstalige kinderen voorzien, maar de invulling daarvan laat te wensen over. Zo volstaat het dat ouders op eer verklaren dat hun thuistaal Nederlands is, om zich te beroepen op de deze regel. Dit biedt onvoldoende garanties. Het inschrijvingsbeleid moet dan ook grondig herzien worden (om nog maar te zwijgen van het rampzalige elektronische inschrijfsysteem). Nederlandstalige kinderen moeten ten allen tijde in Nederlandstalige scholen in Brussel terecht kunnen. Het Vlaams regeerakkoord is hierover duidelijk : "Het Brussels luik van het GOK-decreet wordt geëvalueerd en zonodig herzien, zodat kwalitatief onderwijs verzekerd kan worden aan de Brusselse Vlamingen.”
En wat met de leerkrachten?
Contacten met schooldirecteurs laten geen enkele twijfel : het lerarentekort in Brussel is nijpend. Uit een recente parlementaire vraag aan de Minister van onderwijs blijkt dat in Brussel meer dan 5% van de lerarenjobs niet ingevuld zijn. In Vlaanderen bedraagt dit amper 0,5%. De vraag naar leerkrachten is in Brussel met liefst 40% gestegen t.o.v. dezelfde periode vorig jaar. Deze onrustbarende evolutie is het gevolg van het grote aandeel anderstalige leerlingen, de lange woon-werkafstand, … en het feit dat lesgeven in Molenbeek of Anderlecht nu eenmaal anders is dan lesgeven in een plattelandsgemeente.
De Brusselpremie leek ons een geschikt instrument om dit lerarentekort aan te pakken. De Minister van onderwijs koos ervoor ze niet te weerhouden. Hij kondigde wel een bijzondere aanpak aan om het lerarentekort in Brussel tegen te gaan. Het spreekt voor zich dat alleen sterke en doortastende maatregelen zullen volstaan om het tij in Brussel te keren. En de tijd dringt…
En nu ?
Het Nederlandstalig onderwijs in Brussel is kwantitatief een succesverhaal. Anderzijds is voorzichtigheid geboden. Alle kinderen, zowel de Nederlandstalige als de anderstalige, én de leerkrachten hebben er belang bij dat meer Nederlandstalige kinderen in deze scholen les volgen. Daarom is - ook in het licht van de toekomstige capaciteitsuitbreiding in Brussel - een wijziging van het GOK-decreet, waarbij de voorrang voor Nederlandstalige kinderen eindelijk realiteit wordt, een echte prioriteit.





Reacties (1)
1. Rudi Dierick Vrijdag 5 februari 2010, 14:06 Meld misbruik
Geachte,
Uw genuanceerde benaderring verdient alle steun. Maar pas op voor een onderschatting van de problemen. Er is wel degelijk een zekere erosie van de kwaliteit van bepaalde scholen door een teveel aan volledig Nederlnadsonkundige leerlingen.
Terzijde: het is niet zozeer het percentage homogeen Nederlandstalige lerlingen dat me cruciaal lijkt, maar wel het percentage dat van minstens één ouder (of zelfs van iemand anders) redelijk Nederlands meekreeg. De idee van verplcihte taaltesten is daarom een schot in de roos!
Voor wat betreft het risico van die nakende groei van de toevloed van nog meer Nederlandsonkundige leerlingen, lijkt een forse versterking van het inburgeringsbeleid me essentieel! Dat moet met name verstrakt worden én beter gecommuniceerd worden.
En besef ook dat jullie niet kunnen blijbven instemmen met het huidige extreme wanbeleid en ontkenning vanwege de Franstalige politici in Brussel. Jullie worden daardoor namelijk ook een stukje mede-verantworodelijkheid. Stop daarom met hun voorrechten (zoals de 200 M€ gewestuitgaven die naar gemeenschapstaken blijken te gaan en dan voor een disproportioneel percentage naar COCOF en Franse gemeenschap gaan) nog goed te keuren!
Véél succes toegewenst,
Rudi Dierick
Reageer