Europa moet auto-industrie redden
vrijdag 6 februari 2009
Ivo Belet vraagt zich af waarom de EU niet ingrijpt om de auto-industrie te redden. Als de lidstaten elkaar willen blijven beconcurreren, worden de Verenigde Staten, die wel grootschalige maatregelen nemen, de lachende derde.
De autoconstructeurs zijn zelf uitdrukkelijk vragende partij voor een sturende rol van Europa.
De redding van de noodlijdende Europese auto-industrie dreigt te ontaarden in een volbloed anti-Europees verhaal. De Europese lidstaten voeren een concurrentiestrijd op leven en dood om de constructeurs en arbeidsplaatsen in eigen land te redden. Geen enkel land durft het risico te nemen dat autobedrijven naar elders uitwijken. En dus lanceert elke lidstaat nationale steunmaatregelen, zonder enige vorm van onderling overleg.
Waar blijft Europa in dit verhaal? Waarom laat de EU toe dat de lidstaten elkaar doodconcurreren, terwijl de VS van Obama hun toevlucht nemen tot protectionistische maatregelen?
Verschillende ingrepen dringen zich op. En zoals bekend, creëren crisissen altijd ook kansen. De tijd is rijp om een aantal zaken door te duwen die al jarenlang geblokkeerd zijn.
1. De Europese Commissie moet de nationale steunmaatregelen coördineren en sturen. Ze moet de 'guidelines', de krijtlijnen uittekenen waarbinnen nationale steun mogelijk is, zodat er een eind komt aan dit nationale opbod waarbij het ieder voor zich is. De Franse regering wil bijvoorbeeld voordelige leningen verstrekken aan Renault, Peugeot en Citroën, op voorwaarde dat ze onderdelen inkopen bij Franse leveranciers. Dat is totale waanzin en trouwens onwettig, want in strijd met de Europese wet. Het is goed om weten dat de autoconstructeurs zelf uitdrukkelijk vragende partij zijn voor een sturende rol vanuit Europa.
2. Er is vers geld nodig. Investeringssteun voor nieuwe technologieën is mooi en zeker nodig, maar het lost de financiële problemen van vandaag niet op. Er moeten extra kredieten en kredietgaranties voor onze autofabrieken komen. De Europese Investeringsbank heeft al geld vrijgemaakt, maar er is veel meer geld nodig om door dit dal te geraken. Het gaat overigens ook om de kleine kmo's in de toeleveringsbranche, die dringend kredieten nodig hebben om te overleven. We mogen niet toelaten dat een tijdelijk gebrek aan vers geld één van de pijlers van onze Europese economie onderuit haalt.
3. Er is nood aan stimuli voor milieuvriendelijke auto's. Verschillende landen experimenteren al met een zogenaamde slooppremie. De Belgische minister van Economie Vincent Van Quickenborne (Open VLD) stelt een premie voor van 2.500 euro voor elke auto van ouder dan tien jaar die wordt ingeleverd en vervangen door een nieuwe. Die slooppremie is niet onomstreden. Sommigen zeggen dat hij niet sociaal genoeg is en zelfs overbodig (omdat die oude auto's sowieso worden ingeleverd). Over de modaliteiten kan worden gedebatteerd. Belangrijk is dat de Europese Commissie tegen de volgende EU-lentetop, volgende maand in Praag, met een concreet voorstel komt om de aankoop van nieuwe, milieuvriendelijke auto's te stimuleren.
4. De autotaks moet compleet worden herzien. We moeten deze crisis aangrijpen om eindelijk een doorbraak te forceren op het vlak van de autobelasting. We bakkeleien nu al jaren over een grondige bijsturing van die belasting. Het moment is rijp om in de hele EU eindelijk de bocht te maken. De autobelasting moet definitief worden omgevormd tot een stelsel waarbij consumenten die kiezen voor duurzame auto's worden beloond. De Belgische regering kan dit ontwerp opnieuw op de tafel leggen van de eerstvolgende bijeenkomst van de EU-ministers van financiën.
Ivo Belet is Europarlementslid en lid van de industriecommissie.




