Prijs Rudi Verheyen voor dr. Valérie Cappuyns
donderdag 26 november 2009
De Prijs Rudi Verheyen wordt jaarlijks toegekend aan een wetenschapper of een groep van wetenschappers die zich verdienstelijk heeft gemaakt voor het milieu- en natuurbeleid in Vlaanderen. De prijs vormt een eerbetoon aan emeritus professor Rudi Verheyen. Hij was rector-voorzitter van de Universiteit Antwerpen en jarenlang voorzitter van het Instituut voor Milieu & Duurzame Ontwikkeling (IMDO). Hij zette mee de krijtlijnen uit voor het natuur- en milieubeleid in Vlaanderen en trok aan de kar om natuur- en milieupunten op de politieke agenda te krijgen. Hij wordt vandaag ook gevierd als uittredend voorzitter van de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO).
Prijswinnaar van dit jaar Valérie Cappuyns (°1977) studeerde in 2000 af als bio-ingenieur in de Milieutechnologie aan de KULeuven. Zij specialiseerde zich in de problematiek van verontreinigde bodems, en behaalde in 2004 een doctoraat in de Wetenschappen (geologie) met het proefschrift ‘Het mobiliteitsgedrag van zware metalen in overstromingssedimenten en geassocieerde bodems’. Dr. Cappuyns is docent aan de Hogeschool-Universiteit Brussel en aan de KULeuven.
De prijsuitreiking heeft plaats in de Koningin Elisabethzaal in Antwerpen (vanaf 17 uur). Omdat minister Schauvliege aanwezig moet zijn in de commissie Cultuur van het Vlaams Parlement voor de begrotingsbespreking, wordt de cheque overhandigd door haar adjunct-kabinetschef Leefmilieu en Natuur. Toch wijst minister Joke Schauvliege graag op de meerwaarde van onderzoek van dr. Cappuyns voor het milieubeleid in Vlaanderen. “De laureate kreeg van de jury de aanbeveling een leidraad uit te werken voor het beleid. Haar wetenschappelijke gegevens bevatten nuttige informatie voor de praktische aanpak van verontreinigde bodems in overstromingsgebieden. Ik wens ook te benadrukken dat het de opdracht is van de Universiteit Antwerpen, en van het Instituut voor Milieu & Duurzame Ontwikkeling (IMDO) in het bijzonder, om de interactie tussen wetenschap en milieubeleid blijvend onder de aandacht te brengen.”






Reageer