Direct naar de inhoud

Toespraak: Dag van het Filmberoep

maandag 12 oktober 2009

Goede avond beste genodigden, filmliefhebbers, producenten, distributeurs

De Dag van het Filmberoep is voor mij een ideale gelegenheid om kennis te maken met iedereen in de Vlaamse filmsector. Maar ik wil u allereerst hartelijk proficiat wensen: de Vlaamse film doet het de jongste jaren onmiskenbaar goed – en dat wordt misschien niet genoeg gezegd. Eén van de jongste opmerkelijke succesverhalen is De helaasheid der dingen, die (bijna) overal lovende recensies krijgt, op het festival van Toronto en Cannes te zien was en nu onze inzending wordt voor de Oscars. Maar er was ook de selectie van Lost Persons Area van Caroline Strubbe en Altiplano van Peter Brosens en Jessica Woodworth voor de Semaine de la Critique in Cannes.

Ook in kwantiteit gaan we er op vooruit; we mogen niet vergeten dat in de jaren tachtig soms maar twee of drie Vlaamse films per jaar verschenen. In 2009 zitten we al aan negen. Die kwantiteit maakt ruimte voor diversiteit. Het is dan ook verfrissend dat geheel uiteenlopende films als Loft en De helaasheid der dingen succesvol (kunnen) zijn in Vlaanderen. Het Vlaamse filmaanbod is in meerdere opzichten volwassener geworden.

Enkele maatregelen zoals de creatie van het VAF en de tax shelter hebben hier in belangrijke mate toe bijgedragen. Het creatieve en technische talent in Vlaanderen is onze sterkste troef. We moeten dat talent alle kansen geven om zich verder te ontwikkelen. Internationalisering is hierbij van levensbelang. Over de grote plas hebben we al vertegenwoordigers met Ben Stassens in 3D en Dirk Brossé in filmmuziek. Dirk Brossé die nu overigens met John Williams samenwerkt. Verschillende Vlaamse regissseurs kloppen op de deur van Tinseltown. Een internationale zienswijze en brede talenkennis kunnen daarbij interessante troeven zijn. Men doet al eens meewarig over Vlamingen en hun talenkennis. Maar is talenkennis nog altijd een gimmick als iedereen de schitterende acteerprestatie van Christopher Waltz prijst, die in Inglorious Basterds zo maar eventjes vlot vier verschillende talen spreekt?

Internationalisering is dus een belangrijke uitdaging. Maar een andere grote, zo niet dé grootste, uitdaging voor de sector is de digitalisering die zich doorzet in elk stadium van de audiovisuele creatie, van productie tot en met archivering. De nieuwe digitale ontwikkelingen hebben echter ook impact op de kijker en het kijkgedrag, o.a. door het ontstaan van nieuwe distributiekanalen. Deze Dag van het Filmberoep draagt terecht de titel ‘toekomstvisies voor een filmlandschap in transitie’.

Voor mij is het van het allergrootste belang dat Vlamingen een weloverwogen keuze kunnen maken uit het audiovisuele aanbod, dat hen via diverse kanalen bereikt. Vlamingen hebben niet het imago grote filmliefhebbers te zijn. Om Vlamingen warm te maken voor film, moeten we dan ook alle middelen gebruiken die we hebben. Dat vereist een zo ruim mogelijk aanbod dat door middel van een veelheid van kanalen wordt aangeboden. Het is mijn ambitie, waar dit in mijn macht ligt, te waken over de verscheidenheid van het aanbod. Ik denk zowel aan onderzoek naar nieuwe distributie- en vertoningsplatformen, als aan mogelijkheden voor ondersteuning van arthouses en wijkbioscopen. Ook cultuurcentra en openbare bibliotheken kunnen een rol spelen als aanbodverstrekkers.

De Vlaamse film moet ook ingebed worden in educatie en onderwijs. Film- en beeldeducatie, zijn een onderdeel van wat men in een ruimere context ‘mediawijsheid’ noemt. Ik ben van mening dat de openbare omroep van de Vlaamse Gemeenschap eveneens een rol kan en moet spelen bij de bevordering van de affiniteit van het publiek voor wat de ‘moeilijke’ en niet-commerciële films wordt genoemd. Daarnaast laten gesubsidieerde initiatieven zoals filmfestivals, Cinema Zuid, Cinema ZED, Cinematek, Zebracinema het publiek nu al kennis maken met minder makkelijk vindbare films.

Verder is er ook nood aan een gidsfunctie. Die kan gerealiseerd worden door de kennis van festivals, gespecialiseerde vertoners, educatieve initiatieven en tijdschriften goed te ontsluiten en te bundelen. Er is nog altijd aandacht in de media voor film, maar ze lijkt meer gericht te zijn op de oppervlakte en minder op de knowhow, op technieken, op het proces van filmmaken. Ook dat kan een aandachtspunt worden.

De filmsector gaat boeiende tijden tegemoet, dat is zeker. Ik ben ervan overtuigd dat we in Vlaanderen voldoende troeven in handen hebben om het huidige succes van de Vlaamse film te laten voortduren. Ik kijk uit naar een volwassen en vriendschappelijke relatie met de Vlaamse filmsector. Om het met mythische filmwoorden te zeggen: “Louie, I think this could be the beginning of a beautiful friendship.”

Labels: Joke Schauvliege Cultuur Vlaams

Reageer

De inhoud van dit veld is privé en zal niet publiekelijk getoond worden.

© CD&V  —  Wetstraat 89, 1040 Brussel  —  tel: 02 238 38 11  —  info@cdenv.be